Stelt u zich voor dat de partij met wie u zaken heeft gedaan nog altijd uw openstaande factuur van € 10.000,- niet heeft voldaan. Deze partij betaalt maar niet. Wat kunt u dan doen? Eerder schreef ik al dat het leggen van conservatoir beslag als pressiemiddel gebruikt kan worden.

Conservatoir beslag

Nederland is een land waar vrij gemakkelijk conservatoir beslag gelegd kan worden. Conservatoir beslag wordt ook wel bewarend beslag genoemd. Conservatoir beslag is bedoeld om het verhaal van een aannemelijke vordering veilig te stellen. Om conservatoir beslag te mogen en kunnen leggen is een verlof van de voorzieningenrechter vereist. Er moet dus een verzoek worden ingediend bij de rechter, welk verzoek door de rechter gehonoreerd moet worden. De auteur van dit blogbericht, Lotte Oostdam, schreef eerder al een blog over het leggen van conservatoir beslag, in het bijzonder in tijden van corona.

Het is gebruikelijk dat binnen twee weken na het leggen van dit conservatoire beslag een procedure bij de rechter wordt gestart. Als de eisende beslagleggende partij dan in het gelijk wordt gesteld door de rechter, wordt het conservatoire beslag omgezet in een executoriaal beslag. 'Executoriaal' verwijst naar het werkwoord 'executeren', gedefinieerd als 'tenuitvoerlegging van een vonnis, met behulp van een gerechtsdeurwaarder'. Dit betekent dat de eisende partij het executoriale beslag kan uitwinnen. Dat daadwerkelijke 'uitwinnen' is enkel nodig als de schuldenaar niet vrijwillig betaalt. Als er bijvoorbeeld beslag is gelegd op de inboedel, kan de inboedel openbaar worden verkocht. De opbrengst komt de schuldeiser toe (uiteraard tot maximaal de hoogte van de vordering zoals toegewezen door de rechter).

Executoriaal beslag

Overigens is het niet altijd zo dat er eerst conservatoir beslag is gelegd. Er kan door de schuldeiser ook direct op basis van een toewijzend vonnis executoriaal beslag gelegd worden als de schuldenaar niet vrijwillig voldoet aan zijn verplichtingen voortvloeiende uit het vonnis.

U kunt zich natuurlijk voorstellen dat het leggen van beslag in welke vorm dan ook grote gevolgen kan hebben voor de schuldenaar. Met name vanwege die reden is ervoor gekozen om het beslag- en executierecht te herzien. Hieronder wordt stilgestaan bij de belangrijkste (dus niet alle) wijzigingen.

Herziening van het beslag- en executierecht

Het aangenomen wetsvoorstel is hier te vinden. Daar staan alle wijzigingen in vermeld. Aan het begin staat opgenomen dat het beslag- en executierecht wordt herzien “om het bestaansminimum van schuldenaren beter te borgen, beslaglegging en executie effectiever en efficiënter maken en te voorkomen dat beslaglegging uitsluitend wordt ingezet als pressiemiddel.”

De wetgever heeft ervoor gekozen om niet alle wijzigingen in een keer in te laten treden. Het was voorheen de bedoeling dat de wet per 1 januari of per 1 juli 2021 in werking zou treden. Echter, de urgentie van de wet is door de economische gevolgen van de COVID-19 pandemie alleen maar toegenomen, aldus de tekst in de nota van toelichting dat gaat over de inwerkingtreden van de wet. De herziening van het beslag- en executierecht is derhalve onderverdeeld in drie fasen. De eerste fase is ingegaan vanaf 1 oktober 2020, de tweede fase gaat in vanaf 1 januari 2021 en de derde fase gaat in vanaf 1 april 2021.

Eerste fase

De eerste fase is dus ingegaan vanaf 1 oktober 2020. Eén van de wijzigingen brengt met zich dat het niet is toegestaan zaken in beslag te nemen

“indien redelijkerwijs voorzienbaar is dat de opbrengst die gerealiseerd kan worden door het verhaal op die zaken minder bedraagt dan de kosten van de beslaglegging en de daaruit voortvloeiende executie.”

Met andere woorden: of er beslag mag worden gelegd, is afhankelijk van de omstandigheden van het geval.

De overheid geeft in dit kader aan:

“Er wordt in beginsel geen beslag meer gelegd op bijvoorbeeld de inboedel van mensen met schulden als de kosten van verkoop hoger zijn dan de opbrengsten.”

Als de schuldeiser echter aannemelijk kan maken dat de schuldenaar door het beslag en de executie niet op onevenredig zware wijze in zijn belangen wordt getroffen, geldt het voorgaande niet.

Ook is artikel 447 Rechtsvordering gemoderniseerd, het artikel waarin staat vermeld op welke roerende zaken beslag mag worden gelegd. Het beslagverbod op bepaalde roerende zaken is verruimd. In lid 2 van voornoemd artikel is wel weer opgenomen dat wel beslag mag worden gelegd op zaken die “in de gegeven omstandigheden bovenmatig zijn”. Hoe dit moet worden uitgelegd, zal de praktijk moeten uitwijzen.

Verder is belangrijk om te constateren dat verkoop via internet mogelijk wordt. Dit met het doel om een breder publiek en daarmee (mogelijk) een hogere opbrengst te bereiken. Dat dit mogelijk moet zijn is al heel lang bepleit door de Koninklijke Beroepsorganisatie van Gerechtsdeurwaarder (KBvG). Eindelijk wordt daar dus invulling aangegeven, hetgeen ook wel past bij deze tijden.

Tweede fase

De tweede fase begint te lopen vanaf 1 januari 2021. Aan het huidige artikel 475a Rechtsvordering worden een aantal leden toegevoegd, met name inhoudende dat bij het leggen van de beslag onder de bank op een bankrekening van de schuldenaar een beslagvrij bedrag wordt gehanteerd. Voor een alleenstaande wordt bijvoorbeeld € 1.486,37 per kalendermaand als beslagvrij bedrag gehanteerd. Dit artikel is opgenomen om een van de doelen van de herziening na te streven, namelijk dat het bestaansminimum van de schuldenaar beter gewaarborgd moet worden.

Ook wordt er een nieuw artikel ingevoegd, waarin staat vermeld dat als de deurwaarder gerechtigd is beslag te leggen jegens de schuldenaar, een schuldenaar verplicht is aan een deurwaarder desgevraagd op te geven welke bank geldmiddelen van hem onder zich heeft en de deurwaarder bevoegd is ten behoeve van het leggen van een beslag aan een bank te vragen of deze geldmiddelen van die schuldenaar onder zich heeft. Met name dat laatste vind ik interessant. De bank moet de vraag van de deurwaarder onverwijld beantwoorden en mag de schuldenaar pas in kennis stellen hierover nadat het beslag door de deurwaarder is gelegd.

Verder is het altijd zo dat bij een derdenbeslag (bijvoorbeeld een beslag onder de bank ten laste van de schuldeiser) de derde een verklaring moet afgeven waarin staat vermeld of en wat er onder het beslag is geraakt. De huidige wet schrijft voor dat de verklaring gericht wordt tot de deurwaarder die het beslag heeft gelegd óf tot de advocaat die voor de beslaglegger optreedt. De mogelijkheid tot het richten van de verklaring aan de advocaat wordt geschrapt.

Derde fase

De derde en laatste fase gaat in vanaf 1 april 2021. Eén van de wijzigingen die dan doorgevoerd wordt is dat het gemakkelijker wordt om beslag te leggen op een auto of aanhangwagen. In het kentekenregister wordt dan ‘gewoon’ het beslag vermeld, waardoor de auto ook niet meer snel kan worden overgeschreven naar iemand anders. Nu is het nog zo dat een deurwaarder daadwerkelijk het voertuig moet hebben gezien om beslag te kunnen leggen. Vanaf 1 april 2021 is dat dus niet meer het geval.

Vragen?

Heeft u vragen over het leggen van conservatoir en executoriaal beslag? Of heeft u advies nodig? Neem dan gerust contact op met Lotte Oostdam, auteur van dit blog, of een van onze andere advocaten.

Dit blogbericht is geplaatst op 17 november 2020.