In de loop van 2020 heb ik een blog gewijd aan de toen nog op komst zijnde Wet Homologatie Onderhands Akkoord ter voorkoming van faillissement, kortweg de WHOA. Die wet is per 1 januari 2021 in werking getreden en is onderdeel van de Faillissementswet. De WHOA betreft, kort samengevat, een flexibele schuldsaneringsregeling voor ondernemingen, waarbij schuldeisers, die niet willen meewerken aan een schuldsanering, onder omstandigheden gedwongen kunnen worden toch mee te werken aan die schuldsanering. Een en ander is bedoeld om ondernemers, die in zwaar weer verkeren, een instrument in handen te geven om juist een faillissement te voorkomen.

Homologatie van een akkoord

Het belangrijkste instrument van de WHOA is dat schuldeisers (al dan niet onder begeleiding van een door de rechtbank benoemde herstructureringsdeskundige) met hun schuldeisers een akkoord kunnen sluiten met betrekking tot de bestaande schulden, in die zin dat de schulden worden afgekocht tegen betaling van een bepaald percentage daarvan. Voor invoering van de nieuwe wetgeving was het niet mogelijk schuldeisers te dwingen in te stemmen met een dergelijke regeling. De nieuwe wetgeving biedt die mogelijkheid wel. Wanneer met het merendeel van de schuldeisers overeenstemming is bereikt over afkoop van de schulden tegen een bepaald percentage kan het akkoord ter homologatie (lees: goedkeuring) aan de rechtbank worden voorgelegd. Wanneer de rechtbank overgaat tot homologatie, dan zijn niet alleen de schuldeisers die vóór het akkoord hebben gestemd aan dat akkoord gebonden, maar zijn ook de schuldeisers die tegen hebben gestemd, toch aan dat akkoord gebonden. Voorwaarde voor homologatie is, kort samengevat, dat schuldeisers die samen tenminste twee derde vertegenwoordigen van het totale bedrag aan vorderingen vóór het akkoord hebben gestemd.

Andere instrumenten in het kader van de WHOA

Naast de hiervoor bedoelde mogelijkheid om tegenstemmende schuldeisers te binden aan een met de meerderheid van de schuldeisers gesloten akkoord biedt de WHOA nog diverse andere mogelijkheden. In feite geeft de wet geen limitatieve opsomming van mogelijkheden, maar biedt deze de rechter de mogelijkheid om afhankelijk van de omstandigheden maatwerk te leveren. Voorbeelden zijn dat de rechter in het kader van deze nieuwe wetgeving een langlopende en "dure" huurovereenkomst voor een bedrijfsruimte in tijd kan beperken wanneer aldus een faillissement kan worden voorkomen. Rechters kunnen bijvoorbeeld ook gelegde beslagen opheffen of een zogenaamde afkoelingsperiode gelasten. Dit laatste houdt in dat de bevoegdheid van derden tot verhaal op goederen die tot het vemogen van de schuldenaar behoren of tot opeising van goederen die zich in de macht van de schuldeiser bevinden, gedurende een bepaalde periode niet kan worden uitgeoefend dan met machtiging van de rechtbank, en dit in het kader van de voorbereiding van een akkoord.

Eerste jurisprudentie

Na de invoering van de nieuwe regeling per 1 januari 2021 zijn door rechters inmiddels de eerste uitspraken gedaan en die bieden zicht op de mogelijkheden die deze wet biedt.

Uitspraak Rechtbank Den Haag van 15 januari 2021

Deze uitspraak handelt over een onderneming die door omstandigheden in enkele jaren een forse schuld heeft opgebouwd van ruim € 200.000,-- maar aannemelijk kan maken, en ook heeft gemaakt dat door het treffen van kostenbesparende maatregelen in feite een positief bedrijfsresultaat kan worden gerealiseerd. Een derde is bereid de betreffende ondernemer € 50.000,-- te lenen om een akkoord aan de schuldeisers te kunnen aanbieden. Enkele schuldeisers hebben echter beslag gelegd en een verzoek tot faillietverklaring ingediend.

De betreffende ondernemer wendt zich op grond van de WHOA tot de rechtbank en vraagt, kort samengevat, een afkoelingsperiode van twee maanden, schorsing van de behandeling van het faillissementsrekest en opheffing van de gelegde beslagen. Dit alles in het kader van de voorbereiding van een akkoord met de schuldeisers.

De rechtbank overweegt dat de betreffende ondernemer voldoende deugdelijk en concreet heeft onderbouwd dat hij binnen een termijn van twee maanden een akkoord kan aanbieden aan zijn schuldeisers, dat gebleken is dat een afkoelingsperiode en opheffing van de beslagen noodzakelijk is om binnen bedoelde periode het akkoord met de schuldeisers te kunnen regelen en ter homologatie aan de rechtbank voor te leggen én dat de belangen van de schuldeiser met die maatregelen en met een akkoord gebaat zijn (omdat zij in het kader van een akkoord méér zullen ontvangen dan wanneer de betreffende onderneming failliet gaat).

De rechtbank kondigt dan ook een afkoelingsperiode af voor de duur van twee maanden, bepaalt dat een verzoek tot faillietverklaring wordt geschorst, heft de gelegde beslagen op en bepaalt verder dat de rechtbank uiterlijk één maand na de datum van de uitspraak nader geïnformeerd moet worden over de voortgang van de akkoord procedure.

Vonnis van Rechtbank Amsterdam van 15 januari 2021

In deze zaak ging het om een stichting die een forse schuld had opgebouwd, maar nog van derden (verzekeraars in de zorg) inkomsten tegoed had. Het bestuur van de stichting onderkende dat de door de stichting gedreven onderneming niet echt levensvatbaar was, maar het bestuur wilde echter niet failleren maar de stichting op correcte wijze liquideren en in het kader van die voorgenomen liquidatie een akkoord aan de schuldeisers aanbieden. Daarom vroeg de stichting aan de rechtbank een afkoelingsperiode af te kondigen, behandeling van een jegens de stichting ingediend verzoek tot faillietverklaring te schorsen en een "observator" aan te stellen die het proces van het voorbereiden en het aangaan van een akkoord met de schuldeisers zou begeleiden.

Door enkele schuldeisers werd verweer gevoerd tegen dat verzoek, waarbij werd gesteld dat het onderhavige verzoek niet was gericht op voortzetting van de onderneming, maar op liquidatie daarvan.

De rechtbank ging aan dat verweer voorbij en overwoog dat de WHOA bedoeld is ter voorkoming van een faillissement, niet alleen ter voortzetting van de onderneming maar ook tot correcte afwikkeling c.q. liquidatie daarvan.

Ook in deze zaak ging de rechtbank mee met het verzoek van de betreffende stichting, kondigde een afkoelingsperiode af van twee maanden (welke overigens nog een keer met twee maanden kan worden verlengd), schorste de behandeling van een verzoek tot faillietverklaring, stelde een observator aan en droeg de observator op om het treffen van een akkoord met de crediteuren te begeleiden en de rechtbank dienaangaande te informeren.

Kortom, de WHOA biedt ondernemers diverse mogelijkheden om een faillissement te voorkomen.

Advies nodig?

Mocht u vragen hebben over de Wet Homologatie Onderhands Akkoord ter voorkoming van faillissement (WHOA) neem dan gerust contact op met advocaat Peter Kostons van Wolfs Advocaten.

Dit blogbericht is geplaatst op 5 februari 2021