This blog will soon also be published in English

In de voorgaande delen (blog I en blog II) van deze blogserie is bij de bespreking van de gevolgen van het coronavirus voor de transportsector de nadruk gelegd op de CMR en Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek. Desalniettemin is het bij een beroep op overmacht tevens relevant om te kijken naar de specifieke contractuele verhouding tussen partijen. Wat regelt de overeenkomst van partijen over overmacht? Omdat het goed gebruik is om in de praktijk de overeenkomst aan te vullen met algemene voorwaarden, zal in dit laatste deel worden stilgestaan bij enkele in de transportsector vaak gehanteerde algemene voorwaarden.

Overmacht en algemene voorwaarden

Naast de CMR is een van de meest gangbare algemene voorwaarden in het kader van goederenvervoer over de weg de Algemene Vervoerscondities 2002 (AVC 2002). De AVC bepaalt in artikel 9 dat één van de hoofdverplichtingen van de vervoerder is het afleveren van de zaken binnen een redelijke termijn. Doet de vervoerder dit niet, dan is hij op grond van artikel 10 AVC aansprakelijk voor vertragingsschade. De vervoerder kan aan deze aansprakelijkheid ontkomen door een succesvol beroep te doen op overmacht. De AVC 2002 omschrijft overmacht als: iedere omstandigheid die een zorgvuldig vervoerder niet heeft kunnen vermijden en voor zover zulk een vervoerder de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. Deze definitie sluit nauw aan bij de wettelijke definitie en de uitleg die de Hoge Raad aan de overmachtsbepaling van de CMR heeft gegeven. Kortom, voor een beroep op de overmachtsbepaling van de AVC 2002 gelden in beginsel de constateringen van de vorige blog.

In gevallen die meer toezien op logistieke werkzaamheden in bredere zin wordt dikwijls gewerkt met de Logistieke Services Voorwaarden 2014 (LSV 2014). Deze voorwaarden bieden eveneens de mogelijkheid om aan aansprakelijkheid wegens vertraging te ontsnappen met een beroep op overmacht. In de LSV 2014 wordt overmacht gedefinieerd als: alle omstandigheden die een zorgvuldig logistieke dienstverlener niet heeft kunnen vermijden en waarvan hij de gevolgen niet heeft kunnen verhinderen. Onder overmacht wordt onder meer verstaan: brand, explosie en overstroming als gevolg van natuurgeweld, alsmede de gevolgen daarvan.

Alhoewel de overmachtssituatie wederom wordt getoetst aan hetgeen verwacht mocht worden van een zorgvuldig logistieke dienstverlener, valt op dat de definitie van LSV 2014 tevens iets afwijkends heeft. Waar namelijk de AVC 2002, net als de wet en de CMR, geen nadere specificering van de bedoelde omstandigheden aangeeft en die bewust breed formuleert, geeft de LSV 2014 wel enkele voorbeelden van overmachtssituaties. Nadrukkelijk worden genoemd brand, explosie en overstroming als gevolg van natuurgeweld. Mogelijk zou op het eerste oog kunnen worden gedacht dat epidemieën zoals het coronavirus dan dus niet onder die omschrijving geschaard kunnen worden. Hier hoeft echter niet voor te worden gevreesd, aangezien de omschrijving nadrukkelijk spreekt over ‘’onder meer’’. Dit duidt op een niet-limitatieve opsomming van gevallen die onder de definitie geschaard zouden kunnen worden.

Tot slot volgen nog de Nederlandse expeditievoorwaarden 2018 (Fenex-condities). Het zal inmiddels weinig verrassen dat overmacht ook in deze voorwaarden wordt aangemerkt als: alle omstandigheden die de Expediteur redelijkerwijze niet heeft kunnen vermijden en waarvan de Expediteur de gevolgen redelijkerwijze niet heeft kunnen verhinderen. Alhoewel de term zorgvuldig ontbreekt, kan mijns inziens desalniettemin worden aangenomen dat de term redelijkerwijze dezelfde lading dekt. De Fenex-condities kennen tevens een ander opvallend aspect ten opzichte van de hierboven besproken algemene voorwaarden. De Fenex-condities bepalen namelijk nadrukkelijk dat alle extra kosten veroorzaakt door overmacht, zoals transport- en opslagkosten, pakhuis- of terreinhuur, overlig- en staangelden, assurantie, uitslag enz., voor rekening van de opdrachtgever komen en op eerste verzoek van de expediteur aan deze dienen te worden voldaan. In de huidige tijden is dit laatste een welkome aanvulling voor menig expediteur.

Samenvattend moet worden geconstateerd dat voor een succesvol beroep op overmacht het niet enkel noodzakelijk is om te kijken naar de wet en de CMR. De contractuele relatie is eveneens van wezenlijk belang. Dit zal van geval tot geval kunnen verschillen, mede afhankelijk van de vraag welke algemene voorwaarden zijn overeengekomen. Alhoewel de hoofdmoot nagenoeg hetzelfde is, blijken er tussen de gangbare algemene voorwaarden enige (geringe) verschillen te bestaan in definities en gevolgen.

Advies nodig?

Heeft u vragen over dit onderwerp of heeft u advies nodig? Neem dan gerust contact op met één van onze advocaten, zoals Lotte Oostdam of John Wolfs.

Dit blogbericht is geplaatst op 30 maart 2020