Als u een overeenkomst sluit, moet u deze in beginsel naleven. Het kan echter gebeuren dat bijvoorbeeld de door u gekochte auto toch niet in zo’n goede staat is als u aanvankelijk vermoedde. De accu doet het bijvoorbeeld niet of er is hevige roestvorming. U kunt zich dan afvragen of u in deze situatie alsnog verplicht bent uw afspraak met de verkoper van de auto na te komen. Dat hoeft niet zonder meer! U heeft namelijk gedwaald, waardoor u de overeenkomst kunt ontbinden. In dit blog wordt stilgestaan bij dwaling en het aanverwante leerstuk van non-conformiteit.

Dwaling

De wet beschrijft dwaling in art. 6:228 BW. Kort gezegd is voor dwaling vereist dat u de overeenkomst niet had gesloten als u een juiste voorstelling van zaken had. Hiermee wordt bedoeld dat u de auto nooit gekocht zou hebben als u wist dat de accu het niet deed of dat er sprake was van hevige roestvorming.

Voor een geslaagd beroep op dwaling, dient er aan een aantal vereisten te worden voldaan. Hiervoor is al gezegd dat u de desbetreffende overeenkomst nooit zou hebben gesloten als u een volledig plaatje had van de staat van de zaak die u wilde kopen. Van belang hierbij is het zogenaamde kenbaarheidsvereiste. Dit houdt in dat het voor uw wederpartij kenbaar moest zijn dat u de overeenkomst niet zou hebben gesloten indien u op de hoogte was van het gebrek aan de zaak.

Drie mogelijke dwalingsituaties

Er zijn drie situaties te onderscheiden waarin sprake kan zijn van dwaling, zij staan opgesomd in art. 6:228 lid 1 BW. De eerste situatie doet zich voor wanneer de wederpartij een onjuiste mededeling heeft gedaan, waardoor u heeft gedwaald. De verkoper van de auto heeft aangegeven dat de accu in prima staat is, terwijl dat niet het geval is. Dit geldt echter niet voor aanprijzingen in algemene bewoordingen, zoals “de beste laptop van Nederland”, welke leuzen vaak in reclames worden gebruikt.

De tweede situatie doet zich voor wanneer de wederpartij juist informatie heeft achterhouden. Hij heeft niks vermeld over de staat van de accu. De wederpartij heeft in dit geval een mededelingsplicht, hij moet u van alle voor u essentiële informatie voorzien.

Tot slot is het mogelijk dat beide partijen dwalen (wederzijdse dwaling). De verkoper van de auto weet zelf ook niet dat de accu van de auto kapot is.

Let wel: degene die dwaalt, heeft ook een onderzoeksplicht. Hij moet zelfstandig onderzoek verrichten naar de situatie. Het gaat erom dat u voldoende moet opletten en niet al te naïef bent. Als de roestvorming makkelijk te zien is op de buitenkant van de auto, en koopt hem toch, kunt u meestal niet achteraf nog een beroep doen op dwaling. Uitgangspunt is echter dat u mag uitgaan van de juistheid van de door de wederpartij gedane mededelingen. Als de wederpartij zijn mededelingsplicht schendt, kan hij zich er niet op beroepen dat de dwalende zijn onderzoeksplicht beter had moeten uitvoeren. Ook is de deskundigheid van partijen van belang, omdat van een deskundige partij mag worden verwacht dat hij weet hij koopt en ook het vereiste onderzoek daarvoor heeft verricht.

Non-conformiteit

Een verwant, maar verschillend leerstuk aan dwaling behelst de zogenaamde non-conformiteit (art. 7:17 BW). Non-conformiteit is alleen van toepassing op koopovereenkomsten en houdt in dat de aan u geleverde zaak niet aan de overeenkomst beantwoordt. Dit is het geval indien de zaak niet de eigenschappen bezit die de koper op grond van de overeenkomst mocht verwachten. Als u dus op grond van de omstandigheden mocht verwachten dat de auto in goede staat zou zijn, maar de motor begeeft het na 2 km rijden, dan is de auto non-conform.

Dwaling en non-conformiteit zijn dus verwante leerstukken, maar het belangrijkste verschil zit hem in de rechtsgevolgen. Op grond van dwaling kunt u de overeenkomst vernietigen. Vernietiging heeft terugwerkende kracht (art. 3:53 BW), wat betekent dat de vernietiging ervoor zorgt dat wordt teruggevallen op de situatie vóór sluiting van de overeenkomst. De auto wordt teruggegeven aan de verkoper en de koper krijgt het betaalde bedrag terug. Bij non-conformiteit kunnen andere rechtsgevolgen ingeroepen worden. Zo is het mogelijk een vordering tot schadevergoeding op grond van wanprestatie in te stellen (art. 6:74 BW) of de overeenkomst te ontbinden (art. 6:265 BW). Het verschil tussen dwaling en non-conformiteit is dus vooral van belang bij de vraag wat u precies met uw vordering op de wederpartij wenst te bereiken.

Advies nodig?

Heeft u vragen over dwaling, non-conformiteit of het overeenkomstenrecht in het algemeen? Neem gerust contact op met een van onze advocaten.

 

Dit blogbericht is geplaatst op 17 september 2021.