In dit blog behandel ik de rol van een verzekeringsadviseur, -bemiddelaar of assurantietussenpersoon bij het sluiten van een verzekering – en diens rol ná het sluiten van een verzekering. Aanleiding voor het schrijven van dit blog is de recente watersnoodramp in Limburg. Veel gedupeerden zijn kennelijk niet verzekerd voor waterschade. Ik vraag me af of zij hiervan op de hoogte waren en of er bij het aangaan van de verzekering (of daarna) duidelijk over geadviseerd is.

Als de gedupeerden bij het sluiten van hun verzekering hulp hebben gehad van een assurantietussenpersoon (dit zullen met name de ondernemingen zijn), dan is het belangrijk om ook kritisch naar de rol van deze assurantietussenpersoon te kijken. Als een assurantietussenpersoon niet goed geadviseerd heeft, dan kan deze immers aansprakelijk zijn voor de schade.

Het lijkt me daarom een geschikt moment om aan de hand van een recente uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland stil te staan bij de adviserende rol van een assurantietussenpersoon.

De feiten

De zaak betreft een geschil tussen een persoon werkzaam als zelfstandige in de metaalbouw (hierna: ‘Eiser’) en een assurantietussenpersoon. Eiser doet naast zijn werk aan hobbymatig autocrossen. De assurantietussenpersoon heeft in 2006 een adviserende en bemiddelende rol gehad bij het sluiten van de arbeidsongeschiktheidsverzekering van Eiser.

Zeer onfortuinlijk is Eiser in 2014 tijdens het autocrossen zwaar verongelukt en heeft daarbij onder meer een dwarslaesie opgelopen. Eiser heeft zich vervolgens tot zijn verzekeraar gewend om een beroep te doen op diens arbeidsongeschiktheidsverzekering.

De verzekeraar heeft echter geweigerd om dekking te verlenen, en wel om twee redenen. Allereerst, omdat volgens de verzekeraar Eiser bij het aangaan van de arbeidsongeschiktheidsverzekering had moeten melden dat hij aan autocrossen deed. Eiser (althans de assurantietussenpersoon) heeft dit niet gedaan en schendt daarmee zijn mededelingsplicht. Ten tweede, omdat uitdrukkelijk in de polisvoorwaarden staat opgenomen dat géén recht op uitkering bestaat als de arbeidsongeschiktheid het gevolg is van ‘een met voertuig deelnemen aan een wedstrijd waarin het snelheidselement overheerst’.

In deze procedure staat vast dat de verzekeraar terecht heeft geweigerd om dekking te verlenen. In de procedure staat wel de rol van de assurantietussenpersoon ter discussie. Had de assurantietussenpersoon een schending van de mededellingsplicht kunnen voorkomen?

Redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur

De rechtbank stelt voorop dat een ‘redelijk handelend en redelijk bekwaam adviseur’ (de juridische maatstaf) aan de verzekeraar voldoende inlichtingen moet verschaffen om te voorkomen dat de verzekeraar een beroep kan doen op de schending van de mededelingsplicht jegens de verzekeringsnemer (Eiser in dit geval).

Een belangrijk aspect in dit kader is dat de rechtbank overweegt dat de adviseur zich proactief moet opstellen om alle voor de te sluiten verzekering van belang zijnde feiten en omstandigheden boven water te krijgen. Deze proactieve rol brengt met zich dat een adviseur dus ook moet doorvragen bij zijn klant en hem moet waarschuwen voor de gevolgen van het niet voldoen aan de mededelingsplicht.

Beroepsfout: niet adviseren na afloop van het aangaan van de verzekering

De rechtbank merkt terecht op dat niet de vraag moet worden gesteld of de assurantietussenpersoon op de hoogte was van het autocrossen ten tijde van het aangaan van de verzekering in 2006. Het is van belang om vast te stellen of de assurantietussenpersoon vóór het ongeval in 2014 op de hoogte was van het autocrossen van Eiser. Een assurantietussenpersoon is namelijk verplicht om ook ná het aangaan van de verzekeringsovereenkomst de verzekeringsnemer c.q. Eiser te blijven informeren over alle feiten en omstandigheden die van belang kunnen zijn voor diens dekking onder de polisvoorwaarden (in het licht van de vragen die bij het aangaan van de verzekering zijn gesteld door de verzekeraar).

Kortom, er geldt een proactieve adviseringsplicht voor de assurantietussenpersoon zowel voor, tijdens als na het aangaan van de verzekeringsovereenkomst. Als assurantietussenpersoon is het dus aanbevelingswaardig om regelmatig je klantenbestand er nog eens op na te houden. 

In deze procedure is vervolgens vrij eenvoudig kunnen worden vastgesteld dat de assurantietussenpersoon vóór het ongeval van Eiser in 2014 op de hoogte was van het feit dat Eiser aan autocrossen deed. Dit heeft de assurantietussenpersoon namelijk per e-mail aan zijn beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar bekend. Vrij opmerkelijk is dat daarnaast wordt vastgesteld dat het kantoor van de assurantietussenpersoon nota bene sponsor op de autocrosswagen was van Eiser en dat zij meermaals samen gesproken hebben over de autocrosssport. De rechtbank komt uiteindelijk tot de conclusie dat de assurantietussenpersoon dus een beroepsfout heeft gemaakt.

Causaal verband met de schade

Het venijn zit hem in de staart, want uiteindelijk blijft Eiser met lege handen achter. De rechtbank heeft namelijk geoordeeld dat Eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bereid en in staat zou zijn geweest om een verhoogde premie te betalen voor een verzekering waarin autocrossen niet zou zijn uitgezonderd. De rechtbank heeft als gevolg daarvan vastgesteld dat het causaal verband tussen de beroepsfout van de assurantietussenpersoon en de schade van Eiser niet is komen vast te staan.

Advies nodig?

Heeft u vragen over de rol van een assurantietussenpersoon of andere verzekeringsrechtelijke vragen? Neem gerust contact op met een van onze advocaten, zoals John Wolfs.

Auteur: Lars Kroese

Dit blogbericht is geplaatst op 31 augustus 2021