Dagelijks worden door importeurs en douane-expediteurs duizenden goederen ingevoerd in de Europese Unie vanuit zogeheten derde-landen. Goederen die van buiten de Europese Unie worden ingevoerd, moeten worden “ingeklaard” om de goederen in het vrije verkeer van goederen te brengen. Dit betekent dat u als importeur meestal over de geïmporteerde goederen onder meer invoerrechten moet betalen. Op het moment dat de douaneaangifte wordt aanvaard door de Douane, ontstaat dus een douaneschuld aan invoerrechten. U ontvangt van de Douane dan een “uitnodiging tot betaling” (hierna: ‘UTB’).

UTB na aanvaarding

De douaneschuld ontstaat dus als de douaneaangifte wordt aanvaard. In dat geval heeft de Douane vastgesteld welke goederencode (HS-code / GN-code / Taric-code), oorsprong en douanewaarde op de geïmporteerde goederen van toepassing zijn. Op basis van deze informatie wordt de douaneschuld namelijk vastgesteld.

UTB na controle (CNI-controle)

Echter, het komt ook geregeld voor dat de Douane (bij een latere controle) van mening is dat er bijvoorbeeld een onjuiste goederencode (HS-code / GN-code / Taric-code) is gehanteerd voor de geïmporteerde goederen. Veelal zal dit betekenen dat in de visie van de Douane daardoor te weinig invoerrechten zijn betaald. In dat geval ontvangt de importeur ook een UTB. Alleen betreft het dan een navorderingsaanslag.

Wanneer de Douane van mening is dat er een andere goederencode moet worden gehanteerd, dan spreken we van een “classificatiegeschil”. Doorgaans zal de importeur het niet eens zijn met de visie van de Douane en vinden dat de navordering door middel van de UTB onterecht wordt opgelegd. Een veel gehoord argument is dan “maar wij voeren de goederen al jaren onder deze goederencode in”. Een argument dat over het algemeen niet opgaat. Sterker nog, een argument dat vaak alleen maar slapende honden wakker maakt.

Zienswijze

Behoudens een aantal uitzonderingen, is de Douane verplicht om de importeur vóórdat een UTB in het kader van een navorderingsaanslag wordt opgelegd, eerst het “voornemen tot het opleggen van de UTB” kenbaar te maken. De importeur dient dan alvast de kans te krijgen om zijn zienswijze naar voren te brengen tegen de voorgenomen visie van de Douane. Een “informeel” bezwaar, zullen we maar zeggen.

Een kans die  – in overleg met een douanerecht advocaat – zeker benut moet worden. In onze praktijk zien wij regelmatig dat een (langdurige) bezwaar- en beroepsfase kan worden voorkomen door al vroegtijdig verweer te voeren tegen het voornemen tot het opleggen van een UTB door middel van het geven van een (schriftelijke) zienswijze.

Bezwaar en beroep

Wat nu als de importeur definitief de navorderingsaanslag heeft ontvangen in de vorm van een UTB? De importeur heeft dan de mogelijkheid om binnen zes weken in bezwaar te gaan bij de Douane zelf. Het bezwaar wordt dan wel behandeld door een ander dan degene die de oorspronkelijke beslissing heeft genomen bij de Douane.

Wordt het bezwaar afgewezen? Dan resteert de mogelijkheid om een beroepsprocedure te starten bij de rechtbank, waarna ook hoger beroep en cassatie (het laatste “hoger beroep”) tot de mogelijkheden behoren.

Advies nodig?

Bent u een importeur of douane-expediteur en heeft u een UTB ontvangen? Wilt u een zienswijze indienen of in bezwaar/beroep gaan? Neem gerust contact op met een van onze advocaten, waaronder John Wolfs.

Auteur: Lars Kroese

Dit blogbericht is geplaatst op 30 april 2021