De Hoge Raad heeft onlangs een arrest gewezen waarin hij duidelijkheid schept over artikel 9a van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (hierna: Waadi). Dit artikel behelst het zogenaamde ‘belemmeringsverbod’ bij arbeid op uitzendbasis en houdt in dat de uitlener geen obstakels mag opwerpen voor de ter beschikking gestelde om, nadat diens (arbeids)overeenkomst) met de uitlener geëindigd is, te gaan werken bij de inlener op basis van een arbeidsovereenkomst. Het verbod geldt ten aanzien van “reguliere” werknemers. In de onderhavige zaak rees de vraag of ook zzp’ers onder de Waadi vallen.

Feiten

De uitlener (een bemiddelingsbureau) stelde een zzp’er ter beschikking aan de inlener. De zzp’er en de uitlener hadden een overeenkomst van opdracht gesloten waarin een relatiebeding was opgenomen. Hierin werd opgenomen dat de zzp’er niet binnen 6 maanden na het einde van de overeenkomst van opdracht werkzaam mocht zijn bij de inlener. De inlener deed vervolgens de zzp’er wel een aanbod houdende een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, maar de uitlener beriep zich op het relatiebeding. Er kwam dus geen arbeidsovereenkomst tot stand, maar de zzp’er was het hier niet mee eens.

Geschil

De zzp’er stapte naar de rechter en vorderde een verklaring voor recht dat de uitlener onrechtmatig jegens hem handelde door ten onrechte een beroep te doen op een nietig relatiebeding. De rechtbank wees de vordering af. Het hof wees de vordering daarentegen toe. Het hof oordeelde dat de Waadi niet alleen van toepassing is op werknemers die een arbeidsovereenkomst hebben gesloten met een uitzendbureau, maar ook op arbeidskrachten die een arbeidsrelatie hebben met een uitzendbureau. Het belemmeringsverbod van artikel 9a Waadi is dus onverminderd van toepassing.

De Hoge Raad casseerde. Omdat artikel 9a Waadi een implementatie van de Europese Uitzendrichtlijn is, moet de definitie van zzp’er ook aan deze richtlijn worden getoetst. Pas dan kan met zekerheid worden gezegd dat ook een zzp’er onder de reikwijdte van de Uitzendrichtlijn en dus artikel 9a Waadi valt. De Hoge Raad oordeelde dat een uitzendkracht in de zin van de Uitzendrichtlijn iedere persoon is die een werknemer is met een arbeidsovereenkomst of arbeidsverhouding met een uitzendbureau. Dit houdt in dat:

1)    De arbeid moet zijn verricht gedurende een bepaalde tijd voor en onder leiding van het uitzendbureau prestaties levert en in ruil daarvoor van het uitzendbureau een vergoeding ontvangt.

2)    In de desbetreffende lidstaat bescherming wordt geboden op grond van de arbeid die hij verricht.

Het hof heeft echter niet aan deze criteria getoetst, waar dat wel had gemoeten. De Hoge Raad vernietigde dan ook het arrest van het hof en heeft de zaak terugverwezen.

Conclusie

Het hof zal nu dus moeten toetsen of zzp’ers voldoen aan de uit de Uitzendrichtlijn vloeiende criteria. Als deze toets slaagt is het belemmeringsverbod uit artikel 9a Waadi van toepassing en is het relatiebeding nietig. We houden u op de hoogte.

Advies nodig?

Heeft u vragen over de Waadi of over het arbeidsrecht in het algemeen? Neem gerust contact op met een van onze advocaten.

 

Dit blogbericht is geplaatst op 7 juli 2022