De Europese verordening 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 stelt gemeenschappelijke regels vast inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij een instapweigering en/of een vluchtannulering of bij langdurige vertraging van vluchten. Dit heeft sedert 2004 geleid tot een grote hoeveelheid aan jurisprudentie. Kenmerkend daarbij is de levende jurisprudentie met betrekking tot luchtvaartclaims in het geval van vertraging.

Slechts onder zeer bijzondere omstandigheden kan een luchtvaartmaatschappij onder een vertragingsclaim van meer dan 2 of 3 uur (binnen Europa) of 4 uur (daarbuiten) uitkomen, en de bureaus die luchtvaartpassagiers bijstaan, zijn dan ook in de loop der jaren als paddenstoelen uit de grond geschoten. Er is bijna geen enkele passagier meer, die geen claim indient zodra een vlucht meer dan de genoemde tijdsduur vertraagd is.

Wolfs Kingfisher Advocaten, te Amsterdam staat al sinds jaar en dag zowel passagiers alsook luchtvaartmaatschappijen bij in dergelijke situaties.

In de huidige situatie, waarbij COVID-19 maakt dat als gevolg van (vaak) nationale regelgeving, vluchten geannuleerd worden geldt er de algehele van artikel 5 van de genoemde Verordening afwijkende regel dat passagiers, in het geval van een vlucht annulering op grond van COVID-19 recht hebben op terugbetaling van de door hen betaalde reissom. In dat geval vindt er, naast terugbetaling van de reissom, geen compensatie plaats, welke compensatieregeling wél toepassing vindt bij "normale" vluchtvertragingen. De compensatie ziet daarbij op een vergoeding van standaard forfaitaire bedragen, alsmede op gemaakte kosten van bijstand op de luchthaven, enkele telefoonkosten en incidenteel, drank, maaltijd en hotelkosten, etc etc.

In het onderhavige geval speelde een (meer dan 3 uren) vertraagde vlucht van Elmas, Cagliari (Italië) via Milaan naar Amsterdam-Schiphol Airport in juli 2019 door de Nationale Italiaanse trots, de luchtvaartmaatschappij Alitalia. De passagiers claimden hun vluchtcompensatie middels het zogenaamde EPGV formulier, dat een vereenvoudigde procedure regelt voor geringe Europese vorderingen. Een uitspraak op een EPGV procedure sluit de mogelijkheid van hoger beroep uit en partijen zijn dus gebonden aan het oordeel van de behandeld rechter (in dit geval de sector kanton van de luchtvaartkamer van de rechtbank Noord-Holland, alwaar Schiphol toebehoort).

De genoemde (luchtvertragings)verordening schept een bevoegdheid van de rechter alwaar de vlucht ten uitvoer wordt gelegd, dan wel de plaats van bestemming op grond van artikel 5 EVEX II (het Verdrag van Lugano betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken). Nederland en Italië (beiden als lidstaten van de Europese Unie) zijn beide partij bij EVEX II.

Krachtens artikel 5 EVEX II is bevoegd de rechter van de plaats waar de verbintenis die aan de eis ten grondslag ligt is uitgevoerd (Milaan in dit geval) of moet worden uitgevoerd (Schiphol in dit geval).  

Aangezien in deze zaak de reisovereenkomst tussen de passagiers en Alitalia bepaalde dat deze reisovereenkomst uitgevoerd moest worden vanaf Milaan naar Amsterdam Schiphol, was de rechtbank Noord Holland (Haarlem, waartoe Schiphol behoort) in ieder geval (mede) bevoegd om een oordeel te vellen ten aanzien van de genoemde vertraagde vlucht. De (Nederlandse) passagiers kozen begrijpelijkerwijze voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter. 

Alitalia staat echter sedert 2017 onder (financiële) supervisie van de Italiaanse staat en sedert genoemde datum worden er onderhandelingen gevoerd aangaande de mogelijke incorporatie van Alitalia door een grotere (groep van) luchtvaartmaatschappij(en), zo er ook regelmatig grote kapitaalinjecties in de onderneming worden gedaan, die de noodlijdende maatschappij weer winstgevend, althans in ieder geval operationeel, moeten maken.

De genoemde situatie waarin Alitalia verkeert wordt geduid met de zogenaamde term "Amministrazione Straordinaria", zijnde een rechtsvorm die schuurt aan de in Nederland bekende term van surséance van betaling. Helemaal gelijk is die situatie niet omdat de Italiaanse overheid continue grote kapitaalinjecties verschaft en Alitalia, net als alle andere luchtvaartmaatschappijen, sedert 2017, voor de buitenwereld, een regulier erkende internationale luchtvaartonderneming is. Passagiers hebben veelal geen wetenschap van de consequenties van het vliegen met een maatschappij die onder (financiële) controle (bewind) van de nationale overheid staat.

In het genoemde geval heeft Wolfs Kingfisher Advocaten, te Amsterdam in de lopende procedure namens Alitalia een beroep (litispendentie) gedaan op de Europese Insolventie richtlijn nr. 1346/2000 van 29 mei 2000 van de Raad van de Europese Unie, alwaar een andere (exclusieve) bevoegdheid is gegeven voor de rechter van een lidstaat waarin een insolventie procedure is geopend (in dit geval de Italiaanse rechter), hetgeen tot gevolg heeft dat de vordering van de passagiers in dit geval niet voor de Nederlandse rechter op grond van de 261/2004 verordening (vertraging), maar voor de Italiaanse rechter op grond van de Europese Insolventieverordening is samenhang met de Italiaanse faillissementswetgeving, had moeten worden gebracht. 

Het gevolg was dat de claim van de passagiers, die gebaseerd is op de Europese Verordening met betrekking tot luchtvaartvertragingsclaims alsnog strandde en de passagiers werden niet-ontvankelijk verklaard door de rechtbank Noord-Holland. Niet alleen een vertraagde vlucht, maar ook hun, aanvankelijk duidelijke, recht op compensatie verdween daarmee als sneeuw voor de zon.  

Deze uitspraak kan van belang zijn en worden, indien en zodra COVID-19 nog langer duurt en aanspraak en inmenging van nationale overheden bij nationale luchtvaartmaatschappijen vereist. Te denken valt aan de situatie op grond waarvan de Nederlandse overheid meer financiële controle, gelijk aan de situatie van "bewind", over onze nationale trots KLM zou krijgen, in welk geval de claims van passagiers op grond van de 261/2004 ineens een heel andere lading krijgen.

Uitkijken dus voor wie nog gaat vliegen tijdens Corona! 

Vragen?

Heeft u vragen met betrekking tot een geannuleerde of vertraagde vlucht? Neem gerust contact op met advocaat Ron Meulmeester.

Dit blogbericht is geplaatst op 23 februari 2021