Per 1 juli 2018 heeft bezorgservice Deliveroo besloten dat bezorgers niet langer in dienst zijn als werknemer, maar op basis van een overeenkomst van opdracht. FNV is vanwege dit beleid een procedure begonnen tegen Deliveroo. In deze procedure verzocht het FNV de kantonrechter voor recht te verklaren dat de bezorgers aangemerkt dienden te worden als ‘werknemers’. De kantonrechter heeft het FNV in eerste aanleg in het gelijk gesteld. Hier was Deliveroo het niet mee eens waardoor de zaak in hoger beroep nogmaals voorkwam.

In deze procedure heeft het gerechtshof Amsterdam opnieuw geconcludeerd dat er sprake is een arbeidsovereenkomst. De bezorger van Deliveroo voldeed namelijk aan de ‘normale’ criteria die in een arbeidsovereenkomst vereist waren: arbeid, ten dienste van de werkgever, ontvangen van loon voor de arbeid en het uitvoeren van arbeid voor een x-aantal uren per week. Daarnaast werden er nog een aantal extra omstandigheden aangevoerd. Zo kreeg de bezorger van Deliveroo zijn salaris deels vergoed wanneer hij gedurende een bepaalde periode arbeidsongeschikt was. Bovendien bood Deliveroo gratis een aansprakelijkheidsverzekering aan voor haar bezorgers. Alle omstandigheden wezen niet op ondernemerschap, maar op een arbeidsovereenkomst, zo oordeelde het hof.

De enige omstandigheid die volgens het hof ondubbelzinnig wees op een overeenkomst van opdracht was de vrijheid voor de bezorger om te werken wanneer hij zin had.

Heeft u vragen over deze uitspraak of heeft u advies nodig? Neem gerust contact op.

19 februari 2021