De voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland heeft op 13 januari 2021 een interessante uitspraak gewezen ten aanzien van het instructierecht van de werkgever met betrekking tot de verplichting tot het dragen van een mondkapje

Een patissier (werkgever) besloot een van zijn bezorgers op non-actief te stellen en het loon op te schorten omdat de bezorger weigerde een mondkapje te dragen tijdens zijn werkzaamheden. Nadat de patissier de bezorger aansprak op de weigering van de bezorger om een mondkapje te dragen, vond er zelfs een ‘verbale escalatie’ plaats. 

De werknemer stelde zich op het standpunt dat het dragen van een mondkapje ongemak en gezondheidsrisico’s met zich mee zou brengen. Hier ging de voorzieningenrechter niet in mee. Volgens de voorzieningenrechter stond de werkgever in zijn recht en mocht de werkgever de werknemer op non-actief stellen, met de daarbij behorende loonopschorting.

In dit kader heeft de voorzieningenrechter overwogen dat de werkgever een instructierecht heeft ten aanzien van zijn werknemers. Een werkgever mag in beginsel dus een mondkapjesplicht invoeren. Dit betekent dat de werknemer ook daadwerkelijk de instructies van de werkgever moet opvolgen, voor zover de instructie redelijk is en geen onevenredige inbreuk maakt op een grondrecht van de werknemer.

De bezorger werd echter niet volledig in het ongelijk gesteld. Het bleek namelijk dat de werknemer recht had op achterstallig loon over de afgelopen zes jaar in verband met te weinig betaald loon met in achtneming van de geldende CAO. Dit kwam neer op een bedrag van ruim € 8.000,-.

Heeft u vragen over het instructierecht van de werkgever of over het arbeidsrecht in het algemeen? Neem gerust contact op met Peter Kostons of Milan Gaber.