Not all our Dutch blogs will be translated in English. Blogs about relevant international issues will also be published in English.

This Dutch blog is about the new Dutch law on Governance and Supervision of Legal Persons (Wet bestuur en toezicht rechtspersonen) which will enter into force on July 1, 2021. The Act tightens up a number of provisions on the management and supervision of various legal entities, such as associations, cooperatives, mutual societies, foundations, public limited companies and private limited companies. In addition, the duties and powers of the management board or the directors and the supervisory board, respectively, will be clarified.

If you want to know more about the Dutch content of our blogs, please contact one of us. We are happy to help you.

 

Nadat het al uit 2016 daterende wetsvoorstel tot aanpassing van de regelgeving met betrekking tot het bestuur van en het toezicht op rechtspersonen in februari 2020 door de Tweede Kamer is aangenomen, is dat recentelijk, op 10 november 2020, ook door de Eerste Kamer aangenomen. De datum van inwerkingtreding is recentelijk vastgesteld op 1 juli 2021.

De betreffende wet verscherpt een aantal bepalingen inzake het bestuur en toezicht bij verschillende rechtspersonen, zoals de vereniging, de coöperatie, de onderlinge waarborgmaatschappij, de stichting, de N.V. en de B.V. Daarnaast worden de taken en bevoegdheden van het bestuur c.q. de bestuurders respectievelijk de Raad van Commissarissen en de commissarissen verduidelijkt.

Aanleiding

Aanleiding voor het onderhavige, in 2016 ingediende wetsvoorstel, was een reeks incidenten rondom met name het bestuur en het toezicht bij verschillende stichtingen in de semi-publieke sector. Vrij algemeen bekend zijn de schandalen rondom woningcorporatie Vestia in de sociale huursector, bij thuiszorgorganisatie Meavita en bij de onderwijsstichting Amarantis.

Bij al deze stichtingen bleek steeds weer dat bestuurders én Raden van Commissarissen hun taken niet goed uitvoerden, met alle gevolgen van dien. Een naar aanleiding van die schandalen ingesteld onderzoek leidde uiteindelijk in 2016 tot voornoemd wetsvoorstel, dat thans op korte termijn tot wet zal worden gepromoveerd. De nieuwe wet verduidelijkt en verscherpt dus de regeling voor het bestuur en toezicht bij verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen, zodat die zoveel mogelijk aansluiten bij de al bestaande regels voor bestuur en toezicht bij de N.V. en de B.V.

Het belang van de rechtspersoon als norm voor de taakvervulling van bestuurders en commissarissen

In deze nieuwe wetgeving wordt (eindelijk) de norm voor taakvervulling van bestuurders en commissarissen vastgelegd. De betreffende norm werd voorheen weliswaar in diverse codes (zelfregulering) en vaak ook in statuten van verenigingen en stichtingen opgenomen, maar was niet wettelijk verankerd.

De norm houdt in dat bestuurders en commissarissen (van alle rechtspersonen als hiervoor genoemd) zich bij de vervulling van hun taak moeten richten naar het belang van de rechtspersoon en de daaraan verbonden onderneming of organisatie.

Bedoelde norm lijkt logisch maar het is een goede zaak dat een en ander thans in de wet wordt verankerd. Denk aan een semi-publiekrechtelijke rechtspersoon waarbij de gemeente een commissaris benoemt. Dat kan leiden tot de vraag wiens belangen de betreffende commissaris dient te behartigen, het belang van de gemeente of het belang van de semi-publiekrechtelijke rechtspersoon? Die vraag wordt door de nieuwe wet heel duidelijk beantwoord: de betreffende commissaris moet de belangen van de semi-publiekrechtelijke rechtspersoon behartigen en dus niet de belangen van de gemeente, ook al heeft de gemeente hem benoemd.

Tegenstrijdig belangregeling

Ook wordt thans in de wet verankerd dat een bestuurder of commissaris die een (privé) belang heeft dat botst met het belang van de rechtspersoon niet mag deelnemen aan de beraadslaging en besluitvorming over het betreffende onderwerp. Ook dit lijkt logisch maar heeft in het verleden vaak genoeg geleid tot besluitvorming waarbij op zijn zachtst gezegd vraagtekens konden worden geplaatst.

De tegenstrijdig belang-regeling gold overigens al voor de N.V. en de B.V., maar wordt met deze nieuwe wetgeving ook ingevoerd voor vereniging, coöperatie, stichting en waarborgmaatschappij.

Meervoudig stemrecht

In de nieuwe wet wordt ook verankerd dat aan bestuurders en commissarissen zogenaamd meervoudig stemrecht kan worden toegekend (in de statuten), waarbij wordt bepaald dat de bestuurders X en Y ieder één stem hebben, terwijl bestuurder Z twee stemmen heeft. Aan die mogelijkheid is evenwel een beperking gekoppeld in die zin dat een bestuurder of commissaris alleen niet méér stemmen kan uitbrengen dan de andere bestuurders of commissarissen gezamenlijk.

Toezicht door Raad van Commissarissen

Tot nu toe was er enkel sprake van een wettelijke basis voor het instellen van een Raad van Commissaris voor de N.V. en de B.V. In de nieuwe wetgeving wordt ook een wettelijke basis gecreëerd voor het instellen van een Raad van Commissarissen bij de overige genoemde rechtspersonen.

One tier board

Door invoering van de nieuwe wetgeving wordt het mogelijk om ook bij de vereniging, coöperatie, onderlinge waarborgmaatschappij en stichting een zogenaamde ‘one tier board’ in te stellen, derhalve een raad van bestuur bestaande uit uitvoerende en nietuitvoerende bestuurders, waarbij de toezichthoudende functie wordt vervuld door de nietuitvoerende bestuurders. Let wel: wanneer voor deze constructie wordt gekozen kan niet daarnaast ook nog eens een Raad van Commissarissen worden ingesteld. Dat zou immers wat toezicht betreft dubbelop zijn.

Aansprakelijkheid bij onbehoorlijke taakvervulling

Tot nu toe is de aansprakelijkheid bij onbehoorlijke taakvervulling alleen geregeld voor bestuurders van N.V’s en B.V.'s (art. 2:9 BW). Ingevolge de nieuwe wetgeving gaat deze aansprakelijkheid ook gelden voor commissarissen en bestuurders van verenigingen, coöperaties, onderlinge waarborgmaatschappijen en stichtingen.

Voorts geeft de nieuwe wetgeving regels voor aansprakelijkheid van bestuurders en commissarissen in geval van faillissement wegens onbehoorlijke taakvervulling. Bij nietcommerciële verenigingen en stichtingen was er nog geen wettelijke grondslag om bestuurders en/of commissarissen aansprakelijk te houden op grond van kennelijk onbehoorlijk bestuur of kennelijk onbehoorlijk toezicht in geval van faillissement, maar dat wordt nu dus gerepareerd.

Advies nodig?

In het kader van dit blog zijn enkel enige hoofdlijnen van de nieuwe wetgeving kort behandeld. Mocht u vragen hebben over dit onderwerp of ondernemingsrecht in het algemeen, neem dan contact op met advocaat ondernemingsrecht Peter Kostons van ons kantoor.

Dit blogbericht is geplaatst op 12 januari 2021