Over smaak valt niet meer te twisten. Dan ook exit voor auteursrecht op parfumgeur?

Auteursrecht

In zijn arrest van 16 juni 2006 heeft de Hoge Raad geoordeeld dat een geur (inclusief een geurcombinatie) in aanmerking kan komen voor auteursrechtelijke bescherming. De uitkomst  was dat Kecofa met haar parfum Female Treasure inbreuk maakte op het auteursrecht van het parfum Trésor van Lancôme.

“Het auteursrecht is het uitsluitend recht van den maker van een werk van letterkunde, wetenschap of kunst, of van diens rechtverkrijgenden, om dit openbaar te maken en te verveelvoudigen, behoudens de beperkingen, bij de wet gesteld”, zo luidt de definitie in artikel 1 van de Auteurswet (Aw).

Het auteursrecht komt dus in eerste instantie toe aan de maker van het werk, en wel vanaf het moment dat hij het werk gemaakt heeft. Het auteursrecht ontstaat vanzelf, er zijn geen formaliteiten nodig om auteursrecht te krijgen. Wèl moet het werk een Eigen Oorspronkelijk Karakter hebben en Persoonlijk Stempel van de maker dragen. “Eigen Oorspronkelijk Karakter” betekent: niet ontleend aan het werk van een ander (en zeker niet gekopieerd). “Persoonlijk Stempel” van de maker wil zeggen dat het werk het resultaat is van scheppende menselijke arbeid en dus van creatieve keuzes, en dus een voortbrengsel van de menselijke geest, aldus de Hoge Raad in zijn “Endstra-tapes arrest”. De vijfde symfonie van Beethoven is hiervan een duidelijk voorbeeld: immers toentertijd origineel en ontstaan uit de creativiteit van de componist Ludwig Von Beethoven. Of de kunstwerken van Herman Brood. Wie auteursrecht heeft op een werk beschikt over twee exclusieve rechten: het alléénrecht om het beschermde werk openbaar te maken en het alléénrecht om het te verveelvoudigen.

Openbaar maken is bijvoorbeeld het plaatsen van een foto op een website, waardoor de foto toegankelijk wordt voor het publiek. Verveelvoudigen is bijvoorbeeld het kopiëren van een boek. Dit betekent dus dat ieder ander dan de auteursrechthebbende toestemming moet hebben gekregen van de auteursrechthebbende om de foto ook openbaar te gaan maken en/of het boek te verveelvoudigen. Ook het maken van bewerkingen of vertalingen valt hieronder. Daarvoor is in beginsel ook steeds voorafgaande toestemming van de auteursrechthebbende nodig. Het auteursrecht beschermt daarentegen geen stijlen of trends. Iemand die een sweater in “hoodie-stijl” maakt kan een ander niet verbieden om ook een trui in “hoodie-stijl” te maken. Maar als op die sweater een origineel motief gedrukt is mag dat motief door de ander niet zomaar worden overgenomen op zijn sweater. Het auteursrecht op een werk geldt tot 70 jaar na de dood van de maker van het werk. Daarna is het vrij en behoort het werk tot het publiek domein. Veel klassieke muziekwerken zijn inmiddels rechten- vrij en dat betekent dat anderen bijvoorbeeld een arrangement van dat muziekwerk mogen maken (en openbaar maken en verveelvoudigen). Op dit arrangement kan de arrangeur dan weer auteursrecht claimen, mits het arrangement zodanig afwijkt van het originele muziekwerk dat gesproken kan worden van Eigen Persoonlijk Karakter en Persoonlijk Stempel.

Geur

In de zaak Lancôme/Kecofa heeft de Hoge Raad overwogen dat de in artikel 10 Aw neergelegde omschrijving van wat als “werk” in de zin van die wet moet worden verstaan algemeen luidt en daaronder niet belet een geur te begrijpen. Dat brengt, aldus de Hoge Raad, mee dat voor de vraag of een geur in aanmerking komt voor auteursrechtelijke bescherming beslissend is of het daarbij gaat om een voortbrengsel dat vatbaar is voor menselijke waarneming en of het een eigen, oorspronkelijk karakter heeft en het persoonlijk stempel van de maker draagt. De omstandigheden dat de eigenschapen van het menselijk reukzintuig aan het vermogen tot het onderscheiden van geuren grenzen stellen en dat de mate waarin men afzonderlijke geuren kan onderscheiden van mens tot mens verschilt, doen daaraan niet af aldus de Hoge Raad. De uitkomst  was daarom dat Kecofa met haar parfum Female Treasure inbreuk maakte op het auteursrecht van het parfum Trésor van Lancôme.

Smaak

Als er auteursrecht kan bestaan op een geur, dan wellicht toch ook op de smaak van het product Heksenkaas van Levola? Levola vond het niet leuk dat Smilde een in haar ogen imitatieproduct van Heksenkaas in een goedkoper segment verkocht onder een naam die aldus Levola tegen de naam van het geïmiteerde product aanschurkte, namelijk “Witte Wievenkaas” (vergelijkbaar met de namen Trésor en Female Treasure in de zaak Lancôme/Kecofa). In eerste instantie werd zonder succes gepoogd het imitatieproduct op merkenrechtelijke gronden aan te vallen. Daarom werd uiteindelijk teruggegrepen op auteursrechtelijke bescherming om het product Witte Wievenkaas uit de schappen van de supermarkt te krijgen. Na jarenlang procederen met bewijslast problemen, ook omdat de rechter weigerde te proeven, moest uiteindelijk het Europees Hof van Justitie na een zogeheten préjudiciële verwijzing uitsluitsel geven of aan smaak auteursrechtelijke bescherming toekomt.

Het Hof van Justitie heeft de knoop doorgehakt en in zijn arrest overwogen:

“De smaak van een voedingsmiddel kan echter niet nauwkeurig en objectief worden uitgedrukt. In tegenstelling tot wat bijvoorbeeld geldt voor een letterkundige werk, een schilderij, een film of een muziekstuk, dat een nauwkeurige en objectieve uitdrukkingsvorm is, berust de identificatie van de smaak van een voedingsmiddel immers hoofdzakelijk op smaakbeleving en smaakervaring, die subjectief en variabel zijn, aangezien zij met name afhankelijk zijn van factoren die eigen zijn aan de persoon die het betrokken product proeft, zoals diens leeftijd, voedselvoorkeuren en consumptiegewoonten, alsmede van de omgeving en de context waarin het product wordt geproefd.

Bovendien is het bij de huidige stand van de ontwikkeling van de wetenschap niet mogelijk om met technische middelen de smaak van een voedingsmiddel nauwkeurig en objectief te identificeren, waardoor die smaak kan worden onderscheiden van de smaak van andere producten van dezelfde aard.

Uit het samenstel van de voorgaande overwegingen dient dan ook de gevolgtrekking te worden gemaakt dat de smaak van een voedingsmiddel niet kan worden aangemerkt als een “werk” in de zin van richtlijn 2001/29.

Gelet op het vereiste van eenvormige uitlegging van het begrip “werk” binnen de Unie, dient tevens te worden geoordeeld dat richtlijn 2001/29 aldus moet worden uitgelegd dat zij eraan in de weg staat dat de smaak van een voedingsmiddel op grond van deze richtlijn auteursrechtelijk wordt beschermd en dat een nationale wettelijke regeling in die zin wordt uitgelegd dat zij auteursrechtelijke bescherming verleent aan een dergelijke smaak”.

Einde discussie

Op de onderbouwing in de eerste alinea van het hierboven geciteerde valt natuurlijk wel het een en ander af te dingen. Immers kan hetzelfde gezegd worden over de beleving van muziek want die hangt ook af van het type luisteraar en zijn persoonlijke psyche. Maar het Hof van Justitie zal wel bedoeld hebben aan te geven dat het bijna onmogelijk is om een uiterst nauwkeurige en volkomen objectieve bepaling van smaak te geven. Toegegeven, dat ligt bij muziekwerken toch wel anders. Uit de partituur, bladmuziek en zonodig met hulp van een musicoloog vallen de auteursrechtelijke elementen van een muziekwerk toch wel eenvoudig vast te stellen. Maar met de overweging dat de wetenschap nog niet zover is om smaak nauwkeurig en objectief te identificeren maakt het Hof van Justitie voorlopig een definitief einde aan iedere discussie of smaak wel of niet vatbaar is voor auteursrechtelijke bescherming.

Het Europees Hof van Justitie legt met deze uitspraak meteen ook een bom onder het arrest van de Hoge Raad in de zaak Lancôme/Kecofa. Immers, wat voor smaak geldt, geldt natuurlijk ook voor geur. In ieder geval moeten enkele nuances worden gemaakt bij de rechtsoverwegingen in dat arrest aangezien sinds “Levola/Smilde” niet meer zonder meer geldt dat elk voortbrengsel dat vatbaar is voor menselijke waarneming auteursrechtelijke bescherming toekomt. Smaak is van auteursrechtelijke bescherming uitgesloten en voor geurwerken lijkt hetzelfde te zullen gaan gelden.

Betekent dit nu dat producenten zoals Lancôme en Levola nu niks meer kunnen ondernemen tegen imitatieproducten? Nee, want vaak zitten er ook merkenrechtelijke kanten aan zo’n zaak en aspecten betreffende beschermde vormgeving. Verder kan nog gedacht worden aan een actie op grond van onrechtmatige daad/slaafse nabootsing. Daarover meer in een volgend blog.

Dit blogbericht is geplaatst op 20 mei 2019

Milan Gaber

 

(1)  Lancôme/Kecofa, HR 16 juni 2006, ECLI:NL;HR:2006:AU8940

(2)  Endstra-tapes-arrest, HR 30 mei 2008, ECLI:NL:HR2008:BC2153

(3)  Levola/Smilde, HvJ EU 13 november 2018, ECLI:EU:C:2018:899