Hoe zat het ook alweer met interne en externe bestuurdersaansprakelijkheid? En met bestuurdersaansprakelijkheid in geval van faillissement?

Uitgangspunt in de wet en de rechtspraak is dat rechtspersonen, zoals een B.V., zelf aansprakelijk zijn voor hun daden en dat bestuurders en/of feitelijk leidinggevenden van een B.V. niet automatisch aansprakelijk zijn voor daden van de B.V. of daden van die bestuurders/feitelijk leidinggevenden namens die B.V. Onder omstandigheden bestaan er uitzonderingen op dat uitgangspunt en kunnen bestuurders (maar dat geldt dus ook voor feitelijk leidinggevenden) wel aansprakelijk gesteld worden voor hun daden. We spreken dan van bestuurdersaansprakelijkheid. Bij bestuurdersaansprakelijkheid worden twee vormen onderscheiden.

Interne bestuurdersaansprakelijkheid

Allereerst is er de interne bestuurdersaansprakelijkheid. Die ziet op gevallen waarin sprake is van onbehoorlijke taakvervulling door de bestuurder jegens de B.V. zelf. De B.V. kan in dat geval de bestuurder aansprakelijk stellen voor de schade die zij door die onbehoorlijke taakvervulling heeft geleden. Bestaat het bestuur van een B.V. uit meerdere bestuurders, dan is in geval van interne bestuurdersaansprakelijkheid sprake van zogenaamde collectieve aansprakelijkheid. Alle bestuurders gezamenlijk zijn dan aansprakelijk ter zake van onbehoorlijk bestuur. Achterliggende gedachte is dat de verschillende bestuurders tezamen dienen zorg te dragen voor juist bestuur van de vennootschap. Wanneer een bestuurder zijn taak jegens de B.V. onbehoorlijk heeft vervuld, dan wordt er vanuit gegaan dat de andere bestuurders onvoldoende toezicht op die ene bestuurder hebben uitgeoefend en daarom zijn alle bestuurders gezamenlijk aansprakelijk. Op dat principe van collectieve aansprakelijkheid ingeval van interne bestuurdersaansprakelijkheid is soms een uitzondering mogelijk, maar de drempel daarvoor is hoog.

Externe bestuurdersaansprakelijkheid

Van externe bestuurdersaansprakelijkheid kan sprake zijn wanneer de B.V. jegens derden, dus naar buiten toe, onzorgvuldig handelt. In dat geval kan een bestuurder naast de B.V. zelf aansprakelijk zijn voor onrechtmatig handelen. Voorbeelden van onrechtmatig handelen van de B.V. waarvoor een bestuurder aansprakelijk kan worden gehouden zijn, het aangaan van verplichtingen, wetende dat de vennootschap die niet zal kunnen nakomen, handelen in strijd met het statutaire doel van de vennootschap, niet erop toezien dat er een deugdelijke boekhouding wordt bijgehouden en het niet of te laat (doen) opstellen van een jaarrekening van de vennootschap.

Vraag die zich voordoet is of er in geval van externe bestuurdersaansprakelijkheid eveneens sprake is van collectieve aansprakelijkheid, dus van alle bestuurders gezamenlijk. Vaste rechtspraak was (en is nog steeds) dat in geval van externe bestuurdersaansprakelijkheid géén sprake is van collectieve aansprakelijkheid. Enkel de bestuurder die een ernstig verwijt treft, is aansprakelijk.

Laatstelijk in een arrest van 30 maart 2018 heeft de Hoge Raad dat nog eens bevestigd. Het beginsel van collectieve aansprakelijkheid en de invloed van taakverdelingen in dat verband, zoals toegepast in het kader van interne bestuurdersaansprakelijkheid gelden dus niet bij externe bestuurdersaansprakelijkheid, aldus de Hoge Raad.

In die uitspraak werd door de eisende partij aangevoerd dat wanneer niet-naleving door een B.V. van wettelijke voorschriften ter bescherming van beleggers sprake zou (dienen te) zijn van collectieve aansprakelijkheid van bestuurders van de B.V. De Hoge Raad wijst dat van de hand en overweegt "Ook als een vennootschap wettelijke voorschriften ter bescherming van het beleggend publiek schendt, geldt voor aansprakelijkheid van een bestuurder van die vennootschap jegens derden het hiervoor genoemde vereiste dat die bestuurder persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt." De Hoge Raad voegde daar echter aan toe dat onder omstandigheden het houden van onvoldoende toezicht op de uitoefening van een taak door een medebestuurder kan leiden tot persoonlijke aansprakelijkheid van die bestuurder(s). Waarmee dan toch een beetje de deur wordt opengezet voor collectieve aansprakelijkheid, ook in geval van externe bestuurdersaansprakelijkheid.

Faillissement

In geval van faillissement van een B.V. is iedere bestuurder (uitgangspunt is dan dus collectieve aansprakelijkheid) hoofdelijk aansprakelijk voor het bedrag van de schulden van de B.V. Dit laatste indien het bestuur zijn taak kennelijk onbehoorlijk heeft vervuld en het aannemelijk is dat dat een belangrijke oorzaak is van het faillissement.

Iedere afzonderlijke bestuurder kan zich echter disculperen wanneer hij bewijst dat de onbehoorlijke taakvervulling van het bestuur niet aan hem te wijten is en dat hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden. Wanneer het bestuur niet heeft voldaan aan de verplichtingen tot het voeren van een deugdelijke boekhouding of tot het tijdig deponeren van de jaarrekening geldt dat het bestuur zijn taak onbehoorlijk heeft vervuld en wordt die onbehoorlijke taakvervulling vermoed een belangrijke oorzaak van het faillissement te zijn. Tegenbewijs is daarvan mogelijk. 

Kortom:

- voor interne bestuurdersaansprakelijkheid geldt collectieve aansprakelijkheid als uitgangspunt;

- bij externe bestuurdersaansprakelijkheid geldt geen collectieve aansprakelijkheid maar is enkel de bestuurder aansprakelijk die een persoonlijk verwijt treft;

- in geval van faillissement is collectieve aansprakelijkheid uitgangspunt maar is disculpatie mogelijk.

Advies nodig?

Wij staan u graag bij en/of geven u advies. U kunt zich wenden tot Peter Kostons