Al geruime tijd bestaat er discussie over de vraag hoe mensen die voor online platforms als Deliveroo en Uber werken juridisch gekwalificeerd dienen te worden. De rechtbank Amsterdam heeft onlangs geoordeeld dat de bezorgers van maaltijdbezorger Deliveroo geen zzp’ers zijn maar werknemers.[1]

Feiten

Deliveroo is een online platform dat onafhankelijke restaurants door middel van een bestel- en betaalsysteem koppelt aan klanten. Naast dit online bestel- en betaalsysteem biedt Deliveroo de restaurants een bezorgdienst aan. In september 2015 heeft Deliveroo bezorgers aangenomen op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd met een maximum van 23 maanden. Per februari 2018 heeft Deliveroo besloten de arbeidsovereenkomsten met haar bezorgers niet te verlengen. Bezorgers konden enkel nog als zelfstandig ondernemer op basis een overeenkomst van opdracht (partnerovereenkomst) werken voor het bedrijf. De FNV stapte naar de rechter omdat zij van mening was dat er nog immer sprake was van een werkgever-werknemer relatie, en dus van een arbeidsovereenkomst. Deliveroo daarentegen stelde dat, op basis van de overeenkomst van opdracht, de bezorgers als ondernemers veel meer vrijheid hadden om zelf invulling te geven aan hun werkzaamheden. Van een arbeidsovereenkomst zou daarom geen sprake meer zijn.

Het vraagstuk

 In de kern gaat het om de vraag of de rechtsverhouding tussen de bezorgers van Deliveroo (nog steeds) is aan te merken als een arbeidsovereenkomst in de zin van artikel 7:610 lid 1 BW dan wel als een overeenkomst van opdracht in de zin van artikel 7:400 BW. Voor het beantwoorden van deze vraag zijn alle omstandigheden van het geval van belang, in onderling verband bezien. De naam die partijen aan de overeenkomst geven is hierbij niet van doorslaggevend belang. Wel van belang is welke rechten en plichten de partijen bij het aangaan van de overeenkomst over en weer voor ogen stonden en hoe zij daaraan feitelijk uitvoering hebben gegeven. Voorts kan gezegd worden dat naarmate er over een overeenkomst meer is onderhandeld, er aan de schriftelijke vaststelling van de partijbedoeling meer waarde kan worden gehecht.

De beoordeling

Het contract

In dit kader achtte de rechtbank het van doorslaggevend belang dat de overeenkomst van opdracht een standaardcontract betrof, en dat deze volledig en eenzijdig door Deliveroo was opgesteld. Voor onderhandeling was geen ruimte.

De verplichting tot het verrichten van arbeid

Ten aanzien van de rechtsverhouding tussen Deliveroo en de bezorgers overwoog de rechtbank het volgende. Op grond van de arbeidsovereenkomst waren de bezorgers verplicht zich voor een minimale periode op te geven voor arbeid en tijdens deze periode ook beschikbaar te zijn voor werk, op straffe van ontslag op staande voet. Op grond van de nieuwe overeenkomst is een bezorger ‘slechts’ verplicht een prestatie te leveren wanneer deze een bestelling accepteert en vervolgens door Deliveroo aan de bezorger wordt toegewezen. Onder de nieuwe overeenkomst kunnen bezorgers bij het weigeren van een bestelling dus niet meer worden gesanctioneerd met een ontslag op staande voet. De mogelijkheid tot het weigeren van een bestelling maakt immers onderdeel uit van de – door Deliveroo gestelde – vrijheid van de bezorgers. Deze vrijheid om een bestelling te weigeren wordt door de rechtbank echter genuanceerd. Om in aanmerking te komen voor een bestelling is het voor een bezorger namelijk van belang om zo veel mogelijk en zo goed te werken. De omzetting van het contract en de eenvoudige manier waarop het contract alsnog beëindigd kan worden alsmede de mogelijkheid om geen bestellingen meer toe te wijzen, tenzij er niemand anders beschikbaar is, maakt dat op dit punt geen sprake is van een wezenlijke verandering, aldus de rechtbank.

Mogelijkheid van vervanging

De rechtbank kwalificeerde de mogelijkheid tot vervanging als vrijwel inhoudsloos vanwege het korte tijdsbestek tussen de toewijzing van een bestelling en het moment waarop een maaltijd bezorgd moet worden. Wanneer het zou gaan om een vervanging van een gehele dienst, moet de vervanger eerst worden goedgekeurd door Deliveroo. Deze constructie sluit een arbeidsovereenkomst niet uit, te meer nu de vervanger tijdens het werk ook onder het gezag van Deliveroo komt te staan.

Rechten en plichten

Het argument van Deliveroo dat de bezorgers hun eigen materiaal moeten aanschaffen en om deze reden niet als werknemer maar als opdrachtnemers zouden moeten worden aangemerkt snijdt volgens de rechtbank geen hout. De materialen die dienen te worden aangeschaft zijn immers dagelijkse gebruiksvoorwerpen als een smartphone en fiets. Ten slotte overwoog de rechtbank dat er ten aanzien van de overige contractuele rechten en plichten weinig relevante verschillen zijn met de periode waarin gewerkt werd op basis van een arbeidsovereenkomst.

Oordeel rechtbank

De rechtbank concludeerde dat, al hetgeen hierboven is besproken in onderlinge samenhang bezien, de aard van het werk en de rechtsverhouding tussen Deliveroo en de bezorgers niet zodanig wezenlijk is veranderd dat niet langer sprake is van het verrichten van arbeid op basis van een arbeidsovereenkomst. De bezorgers verrichten nog steeds arbeid dat behoort tot de organisatie van Deliveroo en er is nog onverminderd sprake van een gezagsrelatie.

Conclusie

Ondanks deze uitspraak is het nog steeds geen uitgemaakte zaak hoe mensen die voor online platforms werken juridisch dienen worden gekwalificeerd. Het antwoord op deze vraag is en blijft, door het uitblijven van nadere wet- en regelgeving met betrekking tot zzp’ers, sterk afhankelijk van de concrete overeenkomst en de praktische invulling daarvan.

Advies nodig?

 Heeft u vragen over het gebruik van zzp’ers? Wij staan u graag bij en/of geven u graag advies. U kunt zich wenden tot Peter Kostons.


[1] Rb. Amsterdam, 15 januari 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:198.