Het zal niemand in de logistiek ontgaan zijn: de afgelopen maanden wordt het nieuws gedomineerd door de Brexit, de concept-deal en de mogelijke gevolgen van een eventuele harde Brexit. Dit laatste is het geval als de relatie tussen het Verenigd Koninkrijk en de EU abrupt wordt beëindigd zonder afspraken. Inmiddels lopen de gemoederen zo hoog op dat zelfs de Nederlandse overheid is begonnen met een campagne om bedrijven te waarschuwen voor de mogelijke gevolgen en hen aan te sporen voorbereidingen te treffen. Nederlandse bedrijven blijken namelijk nog lang niet klaar te zijn voor een harde Brexit en onderkennen de consequenties niet goed genoeg. Dat is te betreuren, nu de gevolgen voor deze logistieke bedrijven aanzienlijk kunnen zijn. In deze blog staan wij dan ook stil bij enkele gevolgen die hun weerslag kunnen hebben op de logistieke wereld bij een harde Brexit. We concentreren ons hierbij op de wegvervoerders. 
  
Bijkomende vereisten voor wegvervoerders 
In de eerste plaats is het als gevolg van een harde Brexit mogelijk dat nieuwe wettelijke eisen worden gesteld aan voertuigen en chauffeurs, aangezien het niet bepaald een geheim is dat de EU op dit gebied uitgebreid actief is. In dit kader kan onder meer gedacht worden aan veiligheidsvoorschriften, emissie-eisen en beroepsbekwaamheidseisen, willen zij de EU of het Verenigd Koninkrijk betreden. Daarnaast zullen rust- en rijtijdenregelingen mogelijk van elkaar afwijken, waarbij dit weer aanleiding kan geven tot het opleggen van boetes bij het passeren van landen. Tevens zullen de wettelijke eisen ten aanzien van verplichte documenten toenemen, kortom toenemende bureaucratie. Ook de praktijk van de zogenoemde communautaire vergunning kan onder druk komen te staan. Om goederenvervoersdiensten aan te bieden (tussen EU landen óf volledig binnen één EU lidstaat) heeft een onderneming namelijk een dergelijke vergunning nodig. Momenteel rijden alle EU-vrachtwagens vrij door de EU met een communautaire vergunning. Bij een harde Brexit zullen de vergunningen die door het Verenigd Koninkrijk verleend zijn, niet door de EU worden aanvaard. 
  
Herintroductie grenscontroles 
Na een harde Brexit zullen het Verenigd Koninkrijk en de EU ten opzichte van elkaar derdelanden zijn. Onder alle scenario’s (behalve het allerzachtste Brexit scenario) zal de herinvoering van een vorm van grenstoezicht noodzakelijk zijn. Met name als het Verenigd Koninkrijk zowel de douane-unie als de interne markt verlaat, zullen douanecontroles nodig zijn. Dit zal voor aanzienlijke knelpunten zorgen voor de logistieke sector. 
  
Gevolgen van de vertragingen 
De gevolgen van toenemende wettelijke vereisten en grenscontroles zullen op hun beurt onvermijdelijk leiden tot vertraging bij de grenzen. Dit laatste heeft gevolgen voor de zogenoemde time-to-market tijd. Dit laatste is een zeer belangrijke maatstaf voor het behoud van concurrentievermogen en kosten van het totale vervoer. Een harde Brexit leidt in dit kader tot allerlei vragen zoals: Wat zijn hiervan waarschijnlijke gevolgen? Bevat de vracht bederfelijke of andere tijdgevoelige goederen? Worden grondstoffen of tussenproducten net op tijd geleverd om de voorraad- en opslagkosten tot een minimum te beperken? Moet er rekening worden houden met vertragingen en onzekerheid in de toeleveringsketen? En de belangrijkste vraag: wie is verantwoordelijk voor de opgelopen vertraging en de kosten die hiermee gemoeid zijn? 
  
Contractuele gevolgen 
Deze laatste vragen zullen nauw samenhangen met de contractuele relatie in de transportketen. De berekening van de totale transportkosten is over het algemeen onder andere gebaseerd op de tijd die nodig is om de goederen op de plaats van bestemming af te leveren. Elke vertraging kan leiden tot een stijging van de totale kosten en de aansprakelijkheid. Het zal dan ook een ware uitdaging zijn om de juiste verdeling van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid te vinden. Immers, in hoeverre wordt de vervoerder aansprakelijk voor eventuele vertraging? En wie draagt of moet de financiële gevolgen van de logistieke risico's na een harde Brexit dragen? 
  
Voor zover partijen nog geen specifieke afspraken voor een harde Brexit hebben gemaakt, kan het zeer verstandig zijn dit alsnog te doen. Zo kan een vervoerder clausules opnemen die erop gericht zijn de last van de gestegen kosten voor het leveren van de goederen of diensten te delen. Ook kunnen overeenkomsten een aantal Brexit-gerelateerde veronderstellingen bevatten waarop de kosten, of de prijs, zijn gebaseerd. Ten slotte zouden partijen bijvoorbeeld kunnen overwegen een uitdrukkelijke Brexit-clausule op te nemen. In deze clausule kunnen partijen anticiperen op de gevolgen van de Brexit. Heronderhandelingen van contracten zullen dan ook niet ongebruikelijk zijn. 
  
Het vangnet van het CMR-verdrag 
Naast EU-wetgeving en contractuele overeenkomsten, bestaat ook het CMR-verdrag. Dit verdrag, dat eveneens geldig is voor het Verenigd Koninkrijk, gaat over diversie juridische kwesties met betrekking tot het vervoer van goederen over de weg. Nu het hier geen EU-recht betreft, zal de Brexit geen gevolgen hebben voor de toepasbaarheid van het CMR-verdrag. Het CMR-verdrag zal dus haar waarde behouden Dit is gunstig en kan de schokken van een harde Brexit enigszins verzachten. Voor zover het CMR-verdrag echter geen bepalingen heeft met betrekking tot een specifieke situatie, zal er moeten worden uitgeweken naar wat er in de overeenkomst tussen partijen is opgenomen. 
  
Conclusie: wees voorbereid 
Hoe het ook zij, het is in iedere denkbeeldige situatie verstandig om voorbereidingen te treffen. Maak niet de fout door te denken dat door een deal met eventuele transitieperiode de termijn wordt verlengd tot en met 2020 en dat het daarna goed komt. Als gevolg van de Brexit gaat er namelijk op termijn hoe dan ook het nodige veranderen in de logistiek. Een advocaat kan u begeleiden en bijstaan met deze voorbereidingen. 
  
Advies nodig? 
Heeft u vragen over de Brexit en gevolgen voor de logisitiek? Wij staan u graag bij en/of geven u graag advies. U kunt zich wenden tot John Wolfs.