Op 13 december 2019 heeft de minister Koolmees van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een brief aan de Tweede Kamer gestuurd met daarin relevante informatie over slapende dienstverbanden en de compensatieregeling voor een betaalde transitievergoeding na ontslag van een langdurig arbeidsongeschikte werknemer (verder de compensatieregeling).

In zijn brief behandelt minister Koolmees een aantal vragen die in de praktijk zijn gerezen, mede naar aanleiding van de recente uitspraak van de Hoge Raad 8 november 2019 over slapende dienstverbanden (zie ons vorige blogbericht daaromtrent).

Beknopt weergegeven levert de Kamerbrief de volgende informatie op:

●          De wet biedt ook ruimte voor compensatie van de door de werkgever betaalde transitievergoeding bij een beëindiging van het (slapende) dienstverband met wederzijds goedvinden op voorstel van de werknemer.[1]

●          De minister handhaaft het voor de transitievergoeding geldende overgangsrecht van de Wet arbeidsmarkt in balans (Wab). Dit betekent dat UWV vanaf 1 januari 2020 de transitievergoeding zal compenseren ter hoogte van de nieuwe berekeningsmethodiek. Om in aanmerking te komen voor compensatie van de transitievergoeding ter hoogte van de oude[2] berekeningsmethodiek dient de werkgever de procedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst vóór 1 januari 2020 te starten. Bij een beëindiging van de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden dient de werkgever vóór 1 januari 2020 met de werknemer tot overeenstemming te zijn gekomen. De daadwerkelijke beëindigingsdatum mag na 1 januari 2020 liggen.

De minister doet een oproep aan werkgevers om slapende dienstverbanden waarin de twee jaar arbeidsongeschiktheid voor 1 januari 2020 is voltooid nog vóór 1 januari 2020 te beëindigen[3] onder toekenning van de transitievergoeding om zodoende voor de hogere compensatie in aanmerking te komen. Voorwaarde daarbij is dat duidelijk moet zijn dat de reden van beëindiging en daarmee van de betaling van de transitievergoeding is gelegen in de langdurige arbeidsongeschiktheid. Een beëindiging vóór 1 januari 2020 is zeker aan te bevelen bij (oudere[4]) werknemers die langer dan 10 jaar in dienst zijn.

●          De wet bepaalt dat de te compenseren transitievergoeding maximaal het betaalde loon tijdens twee jaar ziekte bedraagt.[5] Wanneer de zieke werknemer tijdens die ziekteperiode ook bepaalde uitkeringen (bijv. een vervroegde IVA-uitkering, een WAZO-, WAJONG-, WGA-, Ziektewetuitkering of loonkostensubsidie) ontvangt, worden deze uitkeringen niet als “loon tijdens ziekte” aangemerkt en vindt daarvan geen compensatie plaats. De minister wil nader onderzoeken of dit wenselijk is. Om die reden heeft hij besloten de maximering tot het betaalde loon tijdens de twee ziektejaren niet per 1 april 2020 in werking te laten treden. Dat betekent dat de compensatie niet wordt gemaximeerd op het door de werkgever tijdens twee jaar ziekte betaalde loon.

●          De verlengde beslistermijn van 6 maanden[6] waarin het UWV beslist op aanvragen voor compensatie geldt niet alleen in situaties waarin de arbeidsovereenkomst is beëindigd en een transitievergoeding is betaald voor 1 april 2020, maar ook in situaties waarin het opzegverbod wegens ziekte is verstreken voor 1 april 2020 en de formele beëindiging en betaling van de transitievergoeding pas na 1 april 2020 plaatsvindt.

Advies nodig?

Heeft u vragen over de onderhavige problematiek en wilt u meer weten? Of heeft u advies nodig? Neem gerust contact op met de auteur van dit blogbericht, Nicole van der Maas.

Dit blogbericht is geplaatst op 16 december 2019

 


[1] Naast compensatie van de transitievergoeding bij een einde van het slapende dienstverband op initiatief van de werkgever.

[2] Van vóór 01-01-2020.

[3] Via een ontslagprocedure of een beëindiging met wederzijds goedvinden.

[4] Op het moment van de voltooiing van de ziekteperiode van 2 jaar 50 jaar of ouder zijn.

[5] De compensatie van de transitievergoeding is op twee manier gemaximeerd, te weten in tijd en in geld. In tijd omdat de compensatie maximaal de transitievergoeding is over de periode vanaf het begin van het dienstverband tot het moment dat de werknemer 2 jaar ziek is. In geld omdat de compensatie maximaal het door de werkgever betaalde loon (in de zin van de Wet op de loonbelasting 1964) over de ziekteperiode van twee jaar is.

[6] De reguliere termijn is 8 weken.