Na het lezen van dit blog weet u (1) wat een hypotheekrecht en een pandrecht is, (2) waarop deze kunnen worden gevestigd, (3) op welke manier en (4) of het mogelijk is om zelf de rangorde te bepalen en te wijzigen.

Wat is een hypotheekrecht en een pandrecht?

Het pandrecht en het hypotheekrecht zijn vergelijkbare zekerheidsrechten, met dien verstande dat een hypotheekrecht wordt gevestigd op onroerende zaken en dat een pandrecht wordt gevestigd op roerende zaken of op vorderingen.

Hypotheekgever/pandgever en hypotheekhouder/pandhouder

De termen hypotheekgever/pandgever en hypotheekhouder/pandhouder worden nog wel eens door elkaar gehusseld. De hypotheekhouder c.q. pandhouder is degene die een lening verstrekt (vaak de bank) en hypotheekgever/pandgever is degene die geld geleend heeft en als zekerheid hypothecaire inschrijving op een aan hem in eigendom toebehorend pand verleent (bijvoorbeeld bij de aankoop van een woonhuis) dan wel een pandrecht verstrekt op een aan hem in eigendom toebehorende roerende zaak of een vordering op een derde (debiteuren).

Rangorde bij meerdere hypotheekrechten/pandrechten

Wanneer het om een hypotheekrecht of pandrecht gaat, heeft men het ook vaak over het eerste, tweede en derde hypotheekrecht en over een eerste, tweede en derde pandrecht. Inderdaad kunnen meerdere hypothecaire inschrijvingen op een onroerende zaak plaatsvinden en ook kunnen roerende zaken en vorderingen meerdere malen worden verpand.

Uitgangspunt is echter dat wanneer een hypotheekgever/pandgever zijn verplichtingen niet nakomt, de eerste hypotheekhouders/pandhouder als eerste een beroep kan doen zijn hypotheekrecht/pandrecht en dat daarna pas de tweede, de derde etc. aan de beurt komen. Met andere woorden: de datum van vestiging van het hypotheekrecht/pandrecht is bepalend voor de vraag wie zich het eerst op de verbonden onroerende zaak/roerde zaak/vorderingen kan verhalen.

Bij hypotheken is dan de volgorde van het moment van inschrijving in de kadastrale registers bepalend, bij pandrechten de dag van registratie bij de Belastingdienst. Bij pandrechten kan zich dan een probleem voordoen wanneer meerdere pandrechten op één en dezelfde dag gevestigd en geregistreerd zijn, namelijk dat de precieze volgorde van de vestiging niet bekend is. In dat geval ontstaan meerdere pandrechten die van gelijke rang zijn.

Kunnen pandgever en pandhouder zelf de randorde bepalen en wijzigen?

De vraag die zich in de literatuur en de rechtspraak voordeed was of pandgevers en pandhouders zelf in de betreffende pandakten een rangvolgorde kunnen aangeven (en ook of de pandhouders en pandgevers naderhand de rangvolgorde van pandrechten kunnen wijzigen).

Voor hypotheken is uitdrukkelijk in de wet bepaald dat dat kan; art. 3:262 BW bepaalt uitdrukkelijk dat partijen bij inschrijving van meerdere hypotheken kunnen bepalen dat niet het tijdstip van inschrijven bepalend is maar de door partijen zelf aangegeven volgorde én dat die rangorde naderhand gewijzigd kan worden. Voor het pandrecht is dat echter niet in de wet geregeld.

Hoge Raad 9 april 2021

In een arrest van 9 april 2021 heeft de Hoge Raad aan bedoelde onzekerheid een eind gemaakt en bepaald dat hetgeen op grond van voornoemd art. 3:262 BW voor hypotheken geldt óók voor pandrechten geldt.

Feiten

In die zaak ging het om een holding X met daaronder, een 100% dochter, zijnde beheermaatschappij Y en daaronder, eveneens als 100% dochter, werkmaatschappij Z. In pandakte 1 hadden beheermaatschappij Y en werkmaatschappij Z  hun vorderingen op debiteuren verpand aan holding X "in eerste verband"; in pandakte 2 had werkmaatschappij Z haar debiteuren "in eerste verband " aan de bank verpand en "in tweede verband " aan beheermaatschappij Y. In 2014 zijn beheermaatschappij Y en werkmaatschappij Z failliet verklaard.

Standpunten partijen

Voor holding X en voor de curator van de beide gefailleerde vennootschappen was evident dat de opbrengst van de verpande debiteuren van beheermaatschappij Y aan de bank toekwam, maar nadat de bank was voldaan ontstond discussie tussen holding X en de curator over de vraag aan wie het surplus (van de geïncasseerde debiteuren) toekwam. De curator stelde zich op het standpunt dat het tijdstip van de verschillende verpandingen niet bekend en ook niet te achterhalen was en dat er dus sprake was van pandrechten van gelijke rang. Dat was voor de curator uiteraard de enige mogelijkheid om een deel van het surplus (en het ging daarbij om circa € 1.800.000,--) in de boedel te krijgen.

Holding X echter stelde zich op het standpunt dat uit het onderling verband van de pandakten en de vermelding daarin van "in eerste verband" en "in tweede verband" duidelijk was dat het gehele surplus aan haar, holding X toekwam en dat de curator dus géén aanspraak kon maken op een deel van bedoeld surplus.

Hoge Raad

Rechtbank en hof gingen mee in de redenering van holding X en wezen de vordering van de curator af. Ook de Hoge Raad was het daarmee eens.

Uitgangspunt blijft, aldus de Hoge Raad de prioriteitsregel, volgens welke het tijdstip van de vestiging van het pandrecht beslissend is. Een eerder gevestigd pandrecht gaat boven een later gevestigd pandrecht. Wanneer op een en dezelfde dag twee pandrechten op hetzelfde goed worden gevestigd ontstaan twee pandrechten met gelijke rang (en zal de opbrengst dus verdeeld moeten worden), behoudens wanneer uit de pandakten blijkt dat partijen zelf een rangorde zijn overeengekomen.

De Hoge Raad overweegt verder dat het past in het stelsel van de wet en aansluit  bij wel in de wet geregelde gevallen om aan te nemen dat (net als art. 3:262 BW voor hypotheken mogelijk maakt) rangwijziging van pandrechten mogelijk is en dat het dus ook mogelijk is dat partijen in de pandakten zelf de rangorde van de verschillende pandrechten (in afwijking van het tijdstip van vestiging) bepalen.

Belangrijke noot over toestemming

Wel geeft de Hoge Raad nog aan dat wijziging van de rangorde natuurlijk alleen kan plaatsvinden met toestemming van alle pandhouders die door de wijziging worden geraakt. En die toestemming dient te voldoen aan dezelfde vormvereisten als gelden voor de vestiging van het desbetreffende pandrecht.

Advies nodig?

Mocht u vragen hebben over het hypotheekrecht of het pandrecht, aarzel dan niet om contact op te nemen met Peter Kostons.

4 mei 2021