Ontbinding en faillissement

Ondernemers hebben vaak tal van redenen om hun B.V. te (laten) beëindigen. Het stopzetten van die B.V.’s kan enerzijds bij wege van een faillissement en anderzijds aan de hand van een ontbinding. In geval van een (op eigen verzoek aangevraagd) faillissement zal een uiteindelijk aangewezen curator worden aangesteld die zich zal bezig houden met de zogenaamde vereffening van alle bestanddelen van die B.V. Voor een faillissement is echter vereist dat de betreffende vennootschap zich in een toestand bevindt dat zij is opgehouden te betalen. Dit is echter niet altijd het geval. In dat geval is de ontbindingsprocedure een meer logische weg. In geval van een ontbinding zal (doorgaans) de bestuurder van die vennootschap zich zelf bezighouden met het beheer en de vereffening van de bestanddelen van de vennootschap. Dikwijls verdient het echter de voorkeur van een ondernemer om binnen zeer korte termijn zijn vennootschap te beëindigen.

Turboliquidatie

Een snelle en goedkope manier om een B.V. te liquideren is de zogenaamde “turboliquidatie”.

De aandeelhouders van de vennootschap besluiten in dat geval ex artikel 2:19 lid 1 sub a BW dat de betreffende vennootschap wordt ontbonden door middel van een turboliquidatie. In dat geval houdt de vennootschap direct op te bestaan en word(t)(en) de bestuurder(s) per direct uitgeschreven uit het Handelsregister.

In de literatuur wordt een turboliquidatie gekenmerkt door het gegeven dat het bestuur de vereffening feitelijk afrondt voordat het daartoe bevoegde orgaan het ontbindingsbesluit neemt. Het ontbreekt bij een turboliquidatie dan ook aan een formele vereffening.[1]

Voordeel turboliquidatie

Voordeel van een turboliquidatie is dat het tijdrovende en vaak niet goedkope traject van een vereffening wordt voorkomen, door ruim voorafgaand aan de ontbinding de activiteiten te staken of over te dragen. Indien er vereffend dient te worden, dienen immers bepaalde formaliteiten in acht te worden genomen. Zo dient de voorgenomen ontbinding in een landelijk dagblad te worden gepubliceerd. Ook bestaat de mogelijkheid dat er verzet tegen die ontbinding wordt aangetekend. Hiermee kan enige tijd (en dus ook kosten) gemoeid zijn, tijd (en geld) die (/dat) de ondernemer vaak beter kan gebruiken! Turboliquidatie kan dan een uitkomst bieden, maar is wel aan bepaalde voorwaarden gebonden. Belangrijk is dat er op grond van artikel 2:19 lid 4 BW geen baten meer mogen bestaan op het moment van een ontbinding van een B.V. Onder baten kunnen onder meer vorderingen, liquide middelen (zoals kasgeld en banktegoeden) en bezittingen van de onderneming worden begrepen.

Risico bestuurdersaansprakelijkheid

De bestuurder van de op te heffen B.V. dient wel te waken voor bepaalde risico’s die met een turboliquidatie gepaard kunnen gaan indien bijvoorbeeld blijkt dat schuldeisers als gevolg van de turboliquidatie benadeeld worden.

Advies nodig?

Bent u voornemens om uw onderneming op te heffen en wenst u advies over de vraag hoe dit het beste aan kunt pakken of heeft u vragen over de (voorkoming van) mogelijke aansprakelijkheidsrisico’s voor de bestuurder van de op te heffen onderneming ? Het team van Wolfs Advocaten geeft u graag advies.

 

Dit blogbericht is geplaatst op 29 juli 2019

Manon van Amelsvoort


[1] Asser/Maeijer & Kroeze 2-1* 2015, nr. 404.