In een van mijn vorige blogs heb ik het portretrecht behandeld. Ik ben toen met name ingegaan op de positie van de “onvrijwillig” geportretteerde met bijzondere aandacht voor de positie van bekende personen. Onlangs heeft het Gerechtshof Amsterdam in hoger beroep uitspraak gedaan in een door Max Verstappen aangespannen zaak over de schending van zijn portretrecht door Picnic B.V. Het lezen van deze uitspraak is de moeite waard. Het Gerechtshof Amsterdam maakt duidelijk waarom geen sprake is van schending van het portretrecht door het optreden van een lookalike van een bekend persoon in een op Facebook gepost filmpje. In dit blog een samenvatting van de overwegingen van het Gerechtshof Amsterdam in de zaak Verstappen vs. Picnic. Voor een geheugenopfrisser van wat onder portret(recht) wordt verstaan, welke acties tegen ongewenst gebruik van portret kunnen worden ondernomen en welke bijzondere verweren bekende personen kunnen aanvoeren, verwijs ik naar mijn eerdere blog over het portretrecht.

De feiten in de zaak Verstappen vs Picnic

Max Verstappen behoeft natuurlijk geen nadere introductie; hij is een professioneel autocoureur en Nederlands trots op de F1 circuits. Picnic is een in 2015 opgerichte online supermarkt die op bestelling via internet boodschappen bij de klanten bezorgd. Picnic onderhoudt een Facebookpagina waarop zij met regelmaat korte filmpjes en gimmicks plaatst bij wijze van infotainment. Verstappen treedt op in een landelijke televisiereclame van supermarktketen “Jumbo” met de titel “Snel besteld, snel thuisbezorgd”. In deze reclamefilm brengt Verstappen de boodschappen van Jumbo langs de deuren van de klanten met zijn formule 1 bolide. Hiermee promoot Jumbo het thuisbezorgen van boodschappen. Het reclamefilmpje is gelanceerd op 27 september 2016.

In de ochtend van 28 september 2016 lanceert Picnic op haar Facebookpagina een filmpje van ca. 32 seconden met de titel “als je op tijd bent, hoef je niet te racen”. In deze film is te zien dat een lookalike van Verstappen boodschappen van Picnic rondbrengt. De lookalike draagt dezelfde raceoutfit en pet als Verstappen draagt tijdens optredens in de media en op het circuit. De film van Picnic begint met de lookalike doe langs een bestelbus van supermarktketen Jumbo loopt en instapt in een bestelbusje van Picnic. In dat bestelbusje rijdt de lookalike bij wijze van pitstop langs het distributiecentrum van Picnic en bezorgt hij de boodschappen van Picnic aan huis.

De voor het Gerechtshof Amsterdam te beantwoorden vraag was of Picnic door openbaarmaking van de film waarin de lookalike van Verstappen optreedt het portretrecht van Verstappen heeft geschonden dan wel anderszins onrechtmatig heeft gehandeld en jegens Verstappen schadeplichtig is.

De overwegingen van het Gerechtshof Amsterdam

Schending portretrecht

Het Gerechtshof Amsterdam is van oordeel dat de weergave op film van de acteur/lookalike en zijn optreden niet als portret van Verstappen in de zin van artikel 21 Auteurswet kan worden aangemerkt. Hoewel enerzijds met het optreden/figureren van de lookalike het beeld van Verstappen wordt opgeroepen is anderzijds, met name door de (weliswaar gelijkende maar zeker niet identieke) gelaatstrekken van de lookalike en verschillende elementen van het scenario (smal elektrisch bestelbusje in plaats van een Formule 1 racewagen, nadruk niet op snelheid maar op tijdig vertrekken en plezier van de bezorger), voor de aanschouwer van de film van Picnic duidelijk dat het niet Verstappen zelf betreft maar dat het gaat om een persiflage van zijn optreden in reclamefilms voor Jumbo. Het gezicht of de persoon van Verstappen zelf wordt niet afgebeeld. De bescherming van een persoon tegen openbaarmaking van zijn portret ingevolge artikel 21 Auteurswet gaat niet zo ver dat zij zich uitstrekt tot verspreiding van beeldmateriaal waarin bepaalde kenmerken van de verschijning van een persoon door een ander worden uitgebeeld en/of nagespeeld of nagebootst, maar er geen redelijke twijfel bestaat – bijvoorbeeld door het persiflerende of verwijzende karakter van de beelden – dat het niet de persoon zelf betreft doch slechts iemand die op hem lijkt. Dat geldt ook als de associatie met opzet wordt gewekt, aldus het Gerechtshof Amsterdam.

Onrechtmatige daad

Dit neemt aldus opnieuw het Gerechtshof Amsterdam niet weg dat openbaarmaking van het beeldmateriaal jegens zakelijk betrokken derden anderszins onrechtmatig kan zijn. Dat zou het geval kunnen zijn indien het beeldmateriaal van zodanige aard is dat als gevolg daarvan Verstappen in zijn eer en goede naam wordt aangetast dan wel bij zijn afbeeldingen betrokken zakelijke belangen door de openbaarmaking van het beeldmateriaal worden geschaad. Maar van het een noch het ander was aldus wederom het Gerechtshof Amsterdam gebleken.

Dat Jumbo, als de ondernemer met wie de bekende persoon Verstappen in dit geval voor reclamedoeleinden heeft gecontracteerd, zich mogelijk tegen een dergelijke nabootsing door een concurrerende ondernemer met succes zou kunnen verzetten, maakt de nabootsing nog niet onrechtmatig jegens Verstappen zelf. In dit geval stond bovendien vast dat Jumbo zich niet verzet heeft, omdat zij de humor ervan inzag. 

Conclusie

Een naar mijn mening alleszins begrijpelijke uitspraak van het Gerechtshof Amsterdam. Het hof ziet het filmpje als een persiflage terwijl de content niet de eer en goede naam van de bekende persoon aantast, evenmin zijn zakelijke belangen. De uitspraak past ook in de huidige tijdsgeest waarin we gewend zijn geraakt aan grapjes en parodieën op social media.

Advies nodig?

Heeft u vragen over het portretrecht? Of heeft u advies nodig? Neem gerust contact op met advocaat Milan Gaber, auteur van dit blog.

 

Dit blogbericht is geplaatst op 23 juni 2020