Het is mogelijk dat een vordering na verloop van tijd niet meer in rechte afdwingbaar is. De juridische term voor een dergelijk verlies van juridische afdwingbaarheid is ‘verjaring’. Het kan dus goed dat zijn dat uw vorderingsrecht nog wel bestaat, maar dat dit recht als gevolg van verjaring niet meer langer afdwingbaar is.

In de wet zijn veel zogenaamde verjaringstermijnen vastgelegd. Ook in artikel 3:310 BW zijn verjaringstermijnen vastgelegd.

Korte verjaringstermijn

Artikel 3:310 lid 1 BW bepaalt dat een vordering tot vergoeding van schade (uit contract of als gevolg van onrechtmatig handelen) verjaart door verloop van vijf jaren na de aanvang van de dag, volgende op die waarop de benadeelde zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke persoon bekend is geworden. Deze termijn wordt ook wel de korte verjaringstermijn genoemd. Naar vaste rechtspraak van de Hoge Raad moet de eis dat de benadeelde “bekend is geworden met zowel de schade als de daarvoor aansprakelijke persoon” aldus worden opgevat dat het hier gaat om een daadwerkelijke bekendheid. Het enkele vermoeden van het bestaan van schade dan wel het enkele vermoeden welke persoon voor de schade aansprakelijk is, is hiervoor dus onvoldoende. De verjaringstermijn van artikel 3:310 lid 1 BW begint pas te lopen als de benadeelde voldoende zekerheid – die niet een absolute zekerheid behoeft te zijn – heeft verkregen dat de schade is veroorzaakt door tekortschietend of foutief handelen van de betrokken persoon. De aanvang van de verjaring is dus onafhankelijk van het tijdstip waarop de benadeelde met de juiste juridische beoordeling van de feiten bekend is geworden.

Lange verjaringstermijn

In artikel 3:310 lid 1 BW is eveneens bepaald dat een rechtsvordering in ieder geval door verloop van twintig jaren na de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt verjaart. Deze termijn wordt ook wel de lange verjaringstermijn genoemd. In een recent arrest van de Hoge Raad[1] heeft de Hoge Raad een uitspraak gedaan omtrent het moment van aanvang van deze lange termijn in een zaak waarin het ging om een aansprakelijkheidskwestie voor een gebrekkige opstal. Bij opstalaansprakelijkheid is de bezitter van een opstal die gevaar oplevert voor personen of zaken doordat deze niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk indien dat gevaar zich verwezenlijkt. Het aannemen van aansprakelijkheid is dus niet verbonden aan een schadeveroorzakende gedraging, maar aan de schadeveroorzakende toestand waarop artikel 6:174 BW ziet. Het doet niet terzake of die toestand is veroorzaakt door enige gedraging. Daarom is er wat deze aansprakelijkheid betreft geen reden om een loutere gedraging, aan te merken als schadeveroorzakende gebeurtenis waardoor de verjaringstermijn van twintig jaren gaat lopen. In deze zaak was vastgesteld dat er sprake was van een voortdurende gebeurtenis en dat die gebeurtenis niet tot een moment kon worden herleid. Hierdoor bestond er onzekerheid over het aanvangstijdtip van de lange verjaringstermijn. Nu dit zich niet verhoudt met het gegeven dat aan de twintigjarige verjaringstermijn het belang van rechtszekerheid ten grondslag ligt[2] moest in dit geval aangenomen worden dat de termijn van twintig jaren begint te lopen zodra de gebeurtenis waardoor de schade is veroorzaakt, is opgehouden te bestaan.

Bovengenoemde recente uitspraak laat zien dat de toepassing van een in de wet bepaalde termijn vaak voor meerdere interpretatie vatbaar kan zijn en afhankelijk kan zijn van de op de casus van toepassing zijnde omstandigheden van het geval.

Advies nodig?

Om er zeker van te zijn dat uw vordering niet door verloop van tijd niet meer afdwingbaar is, is het belangrijk om op tijd actie te (laten) ondernemen. Wolfs Advocaten is u daarbij graag van dienst.

Een verjaring kan immers (en vaak op eenvoudige wijze) gestuit worden. Aan de hand van een dergelijke stuiting wordt de lopende verjaringstermijn onderbroken en na een dergelijke tijdige stuiting begint er een nieuwe verjaringstermijn te lopen. Een verjaringstermijn kan op grond van de wet onder meer worden gestuit door het uitbrengen van een dagvaarding of door een schriftelijke aanmaning. Hieraan worden op grond van de wet en jurisprudentie echter specifieke eisen gesteld.

Wenst u te voorkomen dat uw vordering verjaart? Twijfelt u welke verjaringstermijn op uw vordering van toepassing is of wilt u er zeker van zijn dat een verjaringstermijn tijdig en op de juiste wijze wordt gestuit, aarzel dan niet op contact met ons op te nemen en voorkom verjaring!

Dit blogbericht is geplaatst op 6 mei 2019


[1] HR 22 maart 2019, ECLI:NL:HR:2019:412.

[2] HR 25 juli 1999, ECLI:NL:HR:1999:ZC2934.